Categorie archief: • In afgemeten regels

Eurydice zingt

Dit jaar verscheen bij uitgeverij Wilde aardbeien een Nederlandse vertaling van De paarden van Tarkovski, een bundel uit 2006 van de Deense dichteres Pia Tafdrup. Tafdrup beschrijft de tragische aftakeling van haar dementerende vader in ‘grotesken van het vergeten’, met de orpheusische bedoeling hem uit de totale verdwijning terug te zingen. Lees verder Eurydice zingt

Advertenties

Aeneas migreert

Armada-redacteur en dichter Mieke van Zonneveld blogt over poëzie. In deze vierde aflevering uit haar serie ‘In afgemeten regels’ schrijft ze over Aeneas.

Terwijl Europa een ballingsoord is voor honderdduizenden vluchtelingen, lees ik met mijn leerlingen over de lotgevallen van Aeneas. Toen Vergilius in 29 v.Chr. aan de Aeneis begon, was Syrië een Romeinse provincie, ging men elkaar te lijf met zwaarden en speren in plaats van bommen en drones en had niemand nog van Mohammed gehoord, laat staan van soennieten en sjiieten. Syrië zou eerst nog bezocht worden door de zeloot Paulus, wiens plan om de christenen uit te roeien vlak bij Damascus werd gedwarsboomd en miraculeus getransformeerd tot precies het tegenovergestelde. Lees verder Aeneas migreert

‘Du mußt dein Leben ändern.’

Armada-redacteur en dichter Mieke van Zonneveld blogt over poëzie. In deze derde aflevering uit haar serie ‘In afgemeten regels’ schrijft ze over het gedicht ‘Archaïscher Torso Apollos’ van Rilke.

Dit is misschien, na ‘Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr’, de bekendste regel van Rainer Maria Rilke. Hij schiet mij, zo losgezongen van zijn context, in de meest uiteenlopende situaties te binnen, alsof er een existentialistisch engeltje (of duiveltje) op mijn schouder zit. Lees verder ‘Du mußt dein Leben ändern.’

Ge- en ongeloof

Armada-redacteur en dichter Mieke van Zonneveld blogt over poëzie. In deze tweede aflevering uit haar serie ‘In afgemeten regels’ schrijft ze over (on)geloof en een gedicht van Martinus Nijhoff.

Mijn vader heeft er een handje van opmerkelijke uitdrukkingen van voormalige kerkgenoten te pas en te onpas te herhalen. Meestal gaat het om kleine taalkundige, en naar ik op den duur gemerkt heb typisch christelijke, aberraties. Zo voegt hij het hulpwerkwoord ‘mogen’, dat de diensdoende koster ’s zondags gebruikte als bescheidenheidformule in zinnen als: ‘we zijn dankbaar dat we hier weer mogen zijn’, of ‘kunnen’ in gebeden als: ‘we zijn weer dankbaar, Heer, dat wij hier kunnen zijn’ spottend toe aan alledaagse opmerkingen. Hij was bijvoorbeeld blij dat hij de vaat had ‘kunnen doen’ of in de stromende regen mijn band had ‘mogen plakken’. Lees verder Ge- en ongeloof