Alle berichten door Armada

In het land der wonderen

Over Winterse buien van Sana Valiulina

Van veel plaatsen op aarde hebben we een beeld zonder dat we er ooit zijn geweest. Dat beeld ontstaat via boeken, films, foto’s, verhalen van anderen of door ongegronde vooroordelen. Sana Valiulina (1964, Tallinn, Estland) herinnert zich nog precies wanneer haar beeld van Nederland, haar toekomstige vaderland, vorm kreeg. In het openingsessay van Winterse buien, of Ben ik wel geïntegreerd genoeg? (2016, Prometheus) schrijft ze:

Mijn eerste kennismaking met Nederland verliep via het geschreven woord. Ik was een jaar of tien, en op een dag dat ik me verveelde pakte ik een boek uit de grote boekenkast van mijn vader. Het land der wonderen heette het, het boek dat het wonderland genaamd Gollandija tevoorschijn toverde.

Of ze toen al dacht aan een mogelijk leven in dat land, weet ze niet meer,

Maar het was een stil begin van een lange romance tussen mij en het land waarvan de naam in het Russisch – Gol-lan-di-ja – een vrouwelijke uitgang heeft, en met die dubbele ‘l’ in het midden, op de wielen van de naburige ‘o’ en de ‘a’, eindeloos in je mond rolt, zoals de ronde kazen op de Goudse markt.

Lees verder In het land der wonderen

Advertenties

‘Ik like Oekraïne’

De hedendaagse Oekraïense literatuur in vogelvlucht
Door Tobias Wals

– Oké, kijk, het gaat hierom… De uitgeverij is bezig met een speciaal project, je snapt zelf wel voor welke dag – een boek met als thema: ‘Waarom ik van Oekraïne houd’. Het moet een bundel worden waar onze bekendste schrijvers aan meewerken, jij bent toch ook bekend? Schrijf dus op waarom je van Oekraïne houdt. Wat je maar wil – een verhaal, een schets, etc… Zolang er maar relevante motieven aan bod komen. Heb je daar tijd voor?

– En wat als ik niet van Oekraïne houd? vroeg ik.

– Nou ja… schaterde Ihor, dan schrijf je dat je er niet van houdt.

Uit Oleksi Volkovs verhaal ‘Señor Robinson’.

Op 24 augustus 2016 vierde Oekraïne vijfentwintig jaar onafhankelijkheid. De Kievse uitgeverij Nora-Droek publiceerde ter gelegenheid van het jubileum de verhalenbundel ‘Ik like Oekraïne’ (Я like Україну). Geen slecht idee – sinds Euromajdan in 2014 een einde maakte aan het regime van de pro-Russische president Janoekovytsj viert het patriottisme hoogtij in Oekraïne. Het zijn gouden tijden voor producenten van blauw-gele vlaggen en vysjyvanka’s, traditionele hemden met borduursels. Ook uitgevers proberen munt te slaan uit deze vaderlandsliefde. Lees verder ‘Ik like Oekraïne’

Terug van nooit weg geweest: Hector Malots ‘Sans famille’

De jeugdavonturenroman Sans famille van de Franse auteur Hector Malot (1830-1907) was vanaf het moment van verschijnen in Frankrijk in 1878 een bestseller. Gedurende de twintigste eeuw is het verhaal wereldwijd vertaald en bewerkt, en in verschillende media geadapteerd (film, tv, tekenfilm, musical, opera, strip). In dit essay gaat Els Jongeneel in op de vraag waarom dit verhaal al generatieslang zowel jeugdige lezers als volwassenen, zowel voorlezers als luisteraars, afkomstig uit uiteenlopende culturen, in de ban houdt.  Lees verder Terug van nooit weg geweest: Hector Malots ‘Sans famille’

Nieuw Dossier: Rusland Grensland

De komende maanden richt Armada zich op literatuur die gelieerd is aan de val van de Sovjet-Unie 26 jaar geleden. Met Rusland als grensland in gedachten presenteren we essays, recensies, blogs, en vertalingen van proza en poëzie over de literatuur uit het grote aantal landen waarin de Sovjet-Unie uiteen is gevallen. Van Oekraïens patriottisme, bloggers in de Kaukasus tot sovjetnostalgie, en nog veel meer.

Het paradijs voorbij

In Misschien Esther [1] gaat Katja Petrowskaja op zoek naar de geschiedenis van haar – grotendeels vergeten – Oost-Europese Joodse familie. Alleen al daarom is het een belangwekkend boek. De in het Duits schrijvende, maar in 1970 in Kiev in Oekraïne (toen nog Sovjet-Unie) geboren Katja Petrowskaja heeft herhaaldelijk beklemtoond dat er nauwelijks iets fictief is aan dit boek en dat het in die zin dus geen roman is.  Maar het wordt vooral interessant door de vorm waarin het is geschreven. In een interview in het Duitse weekblad Die Zeit zegt ze zelf: ‘Ich schreibe keine Literatur!’ [2] Ik spreek die uitspraak van Katja Petrowskaja tegen en stel dat Misschien Esther wel degelijk literatuur is – literatuur in de zin van een literair kunstwerk. Dat wil zeggen dat de vorm en de structuur van de tekst zelf betekenissen genereren: door motieven, herhalingen, symbolen en door een net van interne verwijzingen worden betekenislagen gecreëerd die veel verder gaan dan een simpele beschrijving van gebeurtenissen. Dit is precies wat Misschien Esther haar diepte geeft en wat ik in dit artikel wil onderbouwen. Lees verder Het paradijs voorbij

Ooit waren we één

Tot de bekendmaking van de shortlist (5 titels) op 28 juni 2017 bespreekt Rebecca van Raamsdonk voor Armada een aantal van de 20 genomineerde boeken op de longlist van de Europese Literatuurprijs (www.europeseliteratuurprijs.nl)

Waar ga je heen als je niemand meer hebt? Als de wonden op je lichaam en op je ziel niet meer helen, je familie verdwenen is en je geen noodzaak meer voelt te praten? Naar de plek waar je geboren bent, is het antwoord van Jesús Carrasco (1972) in La tierra que pisamos/De grond onder onze voeten (2016). Het is de tweede roman van de Spaanse schrijver: zijn debuut, Intemperie/De vlucht (2013) – dat boek met die geit op het omslag – was een groot succes, ook in de Nederlandse uitgave. Beide boeken zijn vertaald door Arie van der Wal. Lees verder Ooit waren we één

Ontberingen op de bank

Tot de bekendmaking van de shortlist (5 titels) op 28 juni 2017 bespreekt Rebecca van Raamsdonk voor Armada een aantal van de 20 genomineerde boeken op de longlist van de Europese Literatuurprijs (www.europeseliteratuurprijs.nl). Deze keer Inham van Cynan Jones en Witte Honger van Aki Ollikainen.

Twee boeken op de longlist van de Europese Literatuurprijs beschrijven een strijd met de natuur die wij in Nederland nauwelijks kennen. Een man in een kajak, getroffen door de bliksem, dobbert stuurloos op zee en probeert de weg terug naar de kust te vinden. Een moeder in winters Finland, getroffen door hongersnood, probeert met haar twee kinderen Sint-Petersburg te bereiken.

Het verhaal van de naamloze man in de kajak wordt in nog geen honderd pagina’s verteld door de Welshman Cynan Jones (1975). De vertaling is van Jona Hoek, die ook Jones’ eerdere roman De burcht (2015) vertaalde. Witte honger van de Fin Aki Ollikainen (1973) gaat over de grote Finse hongersnood van 1866-1868. Dit debuut van Ollikainen verscheen in 2012 in Finland, de vertaling – van de hand van Annemarie Raas – is uit 2016. In een droog, warm huis in Amsterdam en met meer dan voldoende eten voorhanden las ik over de ontberingen van hun Lees verder Ontberingen op de bank