Mauricio Ruiz, “Zoetzure steen”

Vertaling Luc de Rooy

In de keuken snipper ik de ui, snijd de olijven in plakjes en pel de amandelen. Zonder het bruine vliesje lijken de amandelen naakte, fragiele lichamen; met één beweging van duim en wijsvinger leg ik hun vlees bloot, hun witte, nobele ziel. Twee passen verderop spoelt mijn moeder de moten bakkeljauw in koud water, masseert ze een paar keer. Met de rug van mijn hand veeg ik mijn tranen weg. Het is de ui, de geur die vrijkomt. Ik ga door met het fijnhakken. De stem van el Ronco de oro klinkt uit de woonkamer – Si me comprendieras; Cubaanse ballades die ons deze namiddag met zijn straalheldere, bijna Noorse hemel tot rust brengen. Ik stel me de sneeuw van een noords land voor, wit en fijn, als het zout op deze kabeljauw. Het is de eerste dag van de winter.

‘Ik hoop dat hij niet te zout wordt,’ zegt mijn moeder.

Haar rug is krommer geworden, het haar dunner; ze is nu kleiner dan ik.

‘Als jij hem maakt wordt hij altijd lekker. Vorig jaar heb ik drie keer opgeschept. Weet je nog?’

Ik zie haar instemmend haar ogen dichtknijpen.

‘Vorig jaar,’ mompelt ze, en ik weet dat ze aan mijn broer denkt.

Nadat ze alle ingrediënten in de pan heeft gedaan, gaan we aan tafel zitten.

‘Wanneer was de laatste keer dat we nog eens ponche navideño¹ hebben gemaakt?’ vraag ik.

‘Er zijn bijna geen tejocotes² meer te krijgen.’

‘Hoezo? Vroeger waren er zoveel.’

‘Het klimaat, de vervuiling, ik weet het niet. De tijden veranderen. Tegenwoordig kom je ze op de markt niet meer zo vaak tegen.’

We zwijgen.

Het woord ‘tejocote’ komt uit het Nahuatl, van tetl, dat steen betekent, en xolotl, zoetzure vrucht. Dat legde mijn broer me jaren geleden uit, toen hij een puber was en ik nog een kind. Toen hij het suikerriet opensneed en ik de guaves pelde. Toen mijn moeder nog een boom was, sterk en onbreekbaar.

Ik werp een korte blik op haar en bedenk dat ik over een paar weken weer zal vertrekken en haar alleen moet achterlaten.

‘De tejocotes zijn hard,’ zeg ik, om de stilte te doorbreken.

Ze glimlacht.

‘Maar zonder is het geen echte kerstpunch. Dat weet je.’

Ik leg mijn hand op de hare, en de koude van haar huid maakt dat ik de aandrang voel om haar te beschermen, voor altijd voor haar te zorgen.

‘En wat als we morgen naar de markt gaan?’ vraag ik. ‘Daar vinden we ze vast en zeker.’

Ze werpt me een blik toe alsof ik nog een gerimpeld en roodbruin gezichtje heb, er nog geen haar op mijn hoofd groeit en de verpleegster me in een deken gewikkeld aan haar overhandigt.

‘Kerstpunch,’ zegt ze. ‘Met krenten en kaneel.’

‘Met maar een heel klein beetje panela,³ alsjeblieft. Ik ben niet zo’n zoetekauw.’

Ze streelt mijn gezicht.

‘Daar vinden we vast en zeker tejocotes,’ herhaalt ze.

De volgende ochtend wandelen we over straat, haar arm gehaakt in de mijne; de wind dringt door onze kleren heen en ik voel hoe haar lichaam zich aan me vastklampt, zoals een meisje dat bij haar vader doet. En wanneer ik in de verte kijk, naar de roze hemel, vol met rookpluimen, hoge gebouwen en vulkanen, fracties van Mexico, denk ik aan de toekomstige kerstmissen, de momenten die ik met haar zal doorbrengen. Wat maakt dat ik het land steeds weer verlaat, ver weg van haar woon? Het stoplicht springt op rood en we blijven staan. Ik vul mijn longen en adem uit. Ik heb er geen antwoord op.

‘Jouw broer had een goede stem,’ zegt ze.

‘Net als el Ronco de oro.’

Ik zie hoe ze glimlacht, knikt, blijft knikken. En dan merk ik dat het een glimlach is die breekt, opgebouwd uit tranen. Ik pers mijn lippen op elkaar en slik. El Ronco de oro.

Het stoplicht springt op groen en we lopen door.

‘Daar zijn de groentestalletjes,’ wijs ik.

‘En wat als we geen tejocotes vinden?’ vraagt ze. Opnieuw merk ik hoe ze zich aan me vastklampt.

Ik geef geen antwoord. Bij een stalletje pak ik een guave op, breng hem naar mijn neus en ruik, sluit mijn ogen.

‘Ze zijn goed,’ zegt mijn moeder. ‘Nu nog tamarinde en appels. En suikerriet.’

‘Suikerriet,’ herhaal ik, ik weet niet precies waarom.

‘Weet jij hoe je die moet opensnijden?’

Ik ruik nog een keer aan de guave en er dringen zich beelden aan me op die van iemand anders lijken te zijn, flarden van herinneringen die tevoorschijn komen uit een koffer van vergetelheid en pijn: ik zie mezelf als klein, speels kind, met het kinderlijke verlangen om te weten te komen hoe het is om het suikerriet te snijden; mijn broer met een ernstige, diepe stem schermt het suikerriet af, duwt me weg met zijn rug. En ook zij is er, mijn moeder, haar vingers die me bij mijn oor vastpakken. Als zo vaak, zonder te vragen wat er is, want híj heeft altijd gelijk.

Ik open mijn ogen en kijk naar haar gezicht, de tijd heeft rimpels in haar huid achtergelaten, evenzeer van haar vrolijke als van haar kwade buien, het duistere van de pupillen dat mijn gezicht streelt als de adem van een kind. We zwijgen.

‘Ja,’ antwoord ik ten slotte. ‘Als je dat graag hebt, snij ik ze wel open.’

Ik zie een glimlach op haar gezicht, een glimlach die ook leed zou kunnen uitdrukken.

En dan gebaar ik met mijn kin.

‘Kijk, mam,’ zeg ik, ‘daar zijn de tejocotes.’

________________________

NOTEN

¹ Kerstpunch, een Mexicaanse warme drank met likeur, fruit en kruiden.
² Vrucht van een Mexicaanse meidoornvariant.
³ Ongeraffineerde rietsuiker.

________________________

Oorspronkelijke titel ‘Piedra agridulce’ (2018), eerder verschenen in het Mexicaanse digitale literaire tijdschrift Nocturnario [http://nocturnario.com.mx/revista/agridulce/]

________________________

MAURICIO RUIZ is een Mexicaanse schrijver en journalist die zowel in het Spaans als in het Engels publiceert. Na in de Verenigde Staten en Noorwegen te hebben gewoond, is hij nu neergestreken in Brussel. Twee verhalenbundels staan er op zijn naam: Y sin querer, te olvido (2014) en Silencios al sur (2017). Ander kort werk verscheen in The Rumpus, Electric Literature, Literal, Financial Times en – twee korte verhalen in Nederlandse vertaling – Pluk.

________________________

LUC DE ROOY volgt als uitgever-vertaler de Latijns-Amerikaanse letteren op de voet. Zijn vertalingen van werk van onder anderen Alejandro Zambra, Valeria Luiselli, Álvaro Enrigue en Iván Thays verschenen in literaire tijdschriften als Revisor, Tirade, Das Magazin en Tortuca.

 

01_Maurico Ruiz_Illustratie (1).jpg
Mauricio Ruiz

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s