De magie van voordracht

NAFISS NIA: Perzische poëzie in geuren en kleuren

‘Poëzie is de muziek van het hart,’ zei mijn vader. Hij reciteerde graag klassieke poëzie. Hij kende veel gedichten uit zijn hoofd, en mijn pogingen om iedere zomer tijdens de schoolvakantie nog meer gedichten uit mijn hoofd te leren zodat ik hem kon verslaan waren tevergeefs. Hij won tot het laatste moment. Hij was ook een geboren verhalenverteller. Ik luisterde uren naar hem. Naarmate hij ouder werd, hoorde ik sommige verhalen steeds terugkomen, maar iedere keer in een andere versie. Soms wilde ik hem corrigeren, zeggen dat het verhaal vorige keer anders ging, maar dat deed ik niet, want ik vond de nieuwe versie ook mooi.

Verhalen vertellen zit in mijn bloed, zit in het bloed van iedere Iraniër. Mooi, verheven, soms bombastisch vertellen, de kracht van emoties gebruiken om het verhaal over te brengen, zit ook in mijn bloed. En wanneer het gaat om gedichten voordragen, komt de oeroude, instinctieve verhalenverteller in mij tot leven. Bij elke voordracht zoek ik de verbinding met mijn publiek. Ik wil hun betoveren. Ik wil dat ze mijn gedichten horen, echt horen en als muziek meenemen in hun hart, precies zoals ik de poëzie van mijn favoriete dichters in mijn hart opsla en overal met me meedraag.

‘Kort, krachtig en direct,’ zoals de Nederlandse luisteraar het graag wil, lees ik in een recensie over de voordracht van een dichter met een migrantenachtergrond. Mijn temperamentvolle aard verzet zich meteen tegen deze ‘op het eerste gezicht’ bevoogdende uitspraak. Maar dan lees ik hem nog een keer en nog een keer en bedenk ik dat ‘kort, krachtig en direct’ niet per se alleen betrekking heeft op de Nederlandse luisteraar. ‘Kort, krachtig en direct’ zijn de eisen voor bijna elke goede voordracht in welke cultuur dan ook.

De dichter Hafez, van wie vrijwel iedere Iraniër een bundel bezit

Ik was dertien toen ik mijn eerste gedicht in het bijzijn van mijn familie heb voorgedragen. Ik werd luidkeels toegejuicht. Mijn broers floten en van mijn moeder kreeg ik een extra dikke knuffel. Mijn vader knikte een paar keer goedkeurend maar bleef stil. Mijn hart tikte als een tijdbom in mijn borstkast. Zijn goedkeuring betekende alles voor me. Hij die hafez[1] van Hafez[2] werd genoemd, zei niets. Angst bekroop me. Wat mankeerde er aan mijn gedicht?
Na de lunch op die warme zomerdag, toen iedereen de koelte zocht in de kelder van ons oude huis voor een paar uurtjes siësta, riep mijn vader me bij zich. Ik ging tegenover hem zitten. Op de achtergrond hufte en pufte de watergekoelde airco door de hitte heen. Vader zweeg. Hij keek me recht aan. Hij was een lange brede man, maar op dat moment leek hij wel een reus: groot en glorieus. Hoewel ik me niet kan herinneren dat mijn vader me ooit letterlijk voerde, is de liefde voor poëzie mij door hem met de paplepel ingegoten. Hij schraapte zijn keel en ik wist gelijk dat er een gedicht onderweg was. Dat was inmiddels zijn manier van praten. Hij gebruikte altijd poëzie voor het geven van adviezen.

Hoewel het woord vloeiend is als water

flatteert beknoptheid de prater

water is in wezen zuiver en puur

drink het overmatig, dan ontstaat een kater

spreek kort en beknopt, wees een parel
zodat je woord de wereld verovert voor later.

De wijze woorden van Nezami, vertolkt door de sterke, diepe stem van mijn vader, vulden onze woonkamer. Ik hoorde het gesteun van de airco niet meer. Ik hoorde voor even niets, alsof de tijd stil stond. Een grote zwarte vlieg zoemde voorbij, en ik realiseerde me dat mijn vader al weg was, hoogstwaarschijnlijk naar de koele kelder voor een middagdutje.

‘Kort, krachtig en direct’ was het dus advies geweest van mijn vader. Maar waarom houd ik toch van de lange ghazals van Hafez, en waarom kan Shamlou mij urenlang vastplakken aan de bladzijden van zijn poëzie? Misschien ligt de magie van een gedicht toch niet aan zijn lengte. Heeft het land van poëzie, rozen en nachtegalen mij zo grootgebracht dat ik hoe dan ook van poëzie blijf houden? Ik ga iets uitproberen: in plaats van ‘kort’ zet ik het woord ‘lang’. ‘Lang, krachtig en direct’ zou mij nog steeds blijven boeien. Nog een poging: nu met het tegenovergestelde van direct: ‘lang, krachtig, indirect’, een andere naam voor mysterieuze lyrische poëzie. Dat werkt nog steeds voor mij. Er is echter één woord dat niet veranderbaar blijkt: ‘krachtig’! Dit woord is voor mij de kern van iedere mooie voordracht.

Ik heb het genoegen gehad om door de jaren heen naar prachtige voordrachten te luisteren en de eer om samen met vele dichters op te treden. Wat me altijd verrast en verwondert zijn drie karakteristieke eigenschappen die ik in elke goede voordracht terugzie.
Door juist gekozen gedichten ontstaat een emotionele relatie tussen dichter, poëzie en luisteraar. De klassieke Perzische dichters hadden geen handleiding voor hoe ze een gedicht moesten reciteren, en in de meeste gevallen wisten ze van tevoren niet wat voor publiek ze voor zich hadden. Ze volgden hun instinct, waren voorbereid op iedere situatie en gewapend met de juiste gedichten.
Even belangrijk is de keuze voor de muziek onder een gedicht: het juiste ritme, de juiste toon en melodie die bij een gedicht en de gelegenheid passen.
Last but not least is het zoeken naar je eigen stem. Iedere dichter met een goede voordracht heeft zijn eigen stem. De stem en de wijze van declameren van een andere dichter klakkeloos nadoen verknalt de voordracht en vernietigt het gedicht.

In Iran is poëzie, in alle kleuren en geuren, nauw verweven met het dagelijkse leven. Iedereen kent wel een paar gedichten uit het hoofd. En zo leeft de Perzische poëzie voort, niet alleen door de gedichten zelf, maar evenzo door de rijke orale vertelwijzen, de sierlijke manier van declameren, de sterke beeldspraken en de metaforische beelden in de poëzie.
Met deze bagage draag ik mijn gedichten voor in het Nederlands. Ik weet niet meer wanneer de Perzische manier in mijn voordrachten begint en wanneer de Nederlandse manier het overneemt. Ik weet alleen dat de magie van een voordracht niet in de lengte van een gedicht zit, maar in de verbinding die de dichter met zijn publiek maakt en de muziek die hij met zijn gedicht het publiek laat horen. Dan heb je de harten veroverd, en de wereld!

________________________
Nafiss Nia is dichter, vertaler, (scenario)schrijver, regisseur en filmproducer. In Iran studeerde zij aan de filmfaculteit van de Universiteit voor de Kunsten (regie) en aan de Universiteit van Teheran (moderne Perzische literatuur). In Nederland studeerde zij aan de Film- en Televisieacademie in Amsterdam (scenarioschrijven). Zij publiceerde Esfahan, mijn hoopstee (poëzie, 2004), Stegen van Stilte (vertaling moderne Perzische poëzie, 2007) en de dichtbundels De momenten wachten ons voorbij (2012) en 26 woorden voor schoonheid (2019).

Zij is directeur van Stichting Granate in Amsterdam en programmeert in die hoedanigheid festivals als Granate FestivalDuizendenéén Film&Poëzie, het televisieprogramma 1001 Gezichten en het project Poëzie op de stoep.


[1] Iemand die alles uit zijn hoofd kent.

[2] Hafez (ca 1320-1390), de geliefdste klassieke Perzische dichter, heeft zijn naam te danken aan het feit dat hij vele teksten uit zijn hoofd kende, waaronder de Koran.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s