Simon Mulder: ‘Wiens Wilde is het eigenlijk?’

OVER DE APPROPRIATIE VAN OSCAR WILDE

‘Oi, Oscar Wilde!’
De tweede klas van de school waar ik Klassieke Talen gaf was op excursie naar Londen. Nietsvermoedend kuierde ik iets voor de groep uit langs de kade van de Theems ter hoogte van London Eye, toen een daar toevallig pauzerende Charlie Chaplin-imitator opkeek van zijn smartphonescherm, naar mij wees en riep: ‘Oi, Oscar Wilde!’

Het onverwachte gevolg van het feit dat ik mijn haar kort ben gaan dragen, is dat ik tamelijk vaak voor Oscar Wilde (1854-1900) aangezien word – ofwel, door lieden die wat minder lezen, voor Tonio, de ongelukkig omgekomen zoon van A.F.Th. van der Heijden, die op het omslag van diens gelijknamige succesvolle in-memoriamroman staat afgebeeld met een foto waarop hij een karakteristiek portret van Wilde imiteert, compleet met stok, slappe zijden vlinderdas en bontkraag. Voor een voordragend dichter die ook vaak in de Romantische hoek gezet wordt en – toegegeven – ooit voornamelijk zijn inspiratie uit de late 19e eeuw haalde en het daarbij ook niet onbelangrijk vindt om zich naar de gelegenheid te kleden, is zulk een vergelijking des te confronterender.

 

wilde
Oscar Wilde

Ik haal het namelijk in geen enkel opzicht bij Wilde. Noch ben ik de geniale classicus die hij was, noch de onnavolgbare wit, noch heb ik zijn seksuele oriëntatie. Hij las het Nieuwe Testament met tientallen bladzijden per minuut, en was ongetwijfeld een groot wetenschapper geworden als hij niet ook dat tweede talent had gehad: praten. In de jaren 1880 en 1890 werd hij de lieveling en de man die men loved to hate van de Londense society, simpelweg vanwege zijn verrukkelijke conversatie (over het derde belangrijke kenmerk dat ik hier hierboven noemde, zijn seksuele oriëntatie, spoedig veel meer).

De confrontatie met de Charlie Chaplin-imitator was echter voor mij de druppel. Ik liep zowaar in mijn gewone kloffie door Londen of all places, en zelfs (of juist) hier gebeurde het ook! Ik nam me voor dan maar min of meer willig te bezwijken onder deze druk, en de volgende literair-historische voorstelling samen met mijn collectief het Feest der Poëzie1 over Wilde te laten gaan. Vol goede moed begaf ik mij, eenmaal terug in Nederland, langs tweedehandswinkeltjes op zoek naar een paar court shoes in mijn maat, en naar een meestercoupeur om een 19e-eeuwse fluwelen kniebroek te laten maken, niet wetende dat het allemaal niet zo gemakkelijk zou zijn.

Oscar Wilde in de populaire cultuur
Oscar Wilde is overal om ons heen aanwezig. Er zijn vele toneelstukken en films aan hem gewijd, er is een Oscar Wilde Society, en in New York is enkele jaren terug in de kelder van een restaurant een schrijn voor hem opgericht.2 Wilde duikt op in een serie detectiveboeken, en opereert in een recent toneelstuk zelfs samen met Sherlock Holmes. Jaarlijks verschijnen stapels Wilde-literatuur, waarin elk onderdeel van zijn leven en werk en allerhande details en beschouwingen over de personen uit zijn omgeving uit de doeken worden gedaan. En er is zelfs een gay reisbureau genaamd Oscar Wilde Tours.

Een vaag bewustzijn van wie hij was en waar hij voor stond heerst via de invloeden van de moderne massacultuur ongeveer overal in de westerse wereld. Maar Wilde was, zoals hierboven reeds aangestipt, een man van vele eigenschappen, en daardoor bestaan er verschillende percepties van hem, en daarmee verschillende groepen (ik zou haast zeggen: belangengroepen) die deze percepties voor zichzelf opeisen.

Allereerst kan men hem in de voornoemde Oscar Wilde-schrijn aanbidden als martelaar voor de LHBT-beweging. Tevens merkte de Britse national treasure, intellectueel, schrijver en Wilde-acteur Stephen Fry op dat men op studentenkamers waar enkele decennia terug posters van Che Guevara en John Lennon hingen, nu Einstein en Oscar Wilde aantreft; de reden is, volgens Fry, dat waar de studenten van toen geloofden dat de wereld bevrijd zou worden door radicale politiek en rock ’n roll, de studenten van nu, daar politieke iconen hun integriteit hebben verloren en de muziek totaal vercommercialiseerd is geraakt, eerder geloven in de mogelijkheid dat, zoals Wilde propageerde, de kunst ons zal leiden naar de ultieme beleving van onze individualiteit – alvorens we na onze studie genadeloos het bourgeoisleven in worden gekeild.3 Verder had het nieuwjaarsfeest van vorig jaar, waar ik was ingehuurd met het Feest der Poëzie-concept ‘De Poëziebar’ (terwijl er een glas absint wordt bereid volgens het authentieke ritueel, draag ik een sonnet naar keuze voor – als het gedicht uit is, is het glas klaar) als thema ‘Oscar Wildest’, en bood het allerhande vermaak, van halfnaakt badderen in een koperen kuip midden in de ruimte tot overvloedige cocktails en live klassieke muziek: ook de hedendaagse libertijnen worden aangesproken door Wilde.

Bedoelen ze allemaal dezelfde Wilde? Of waren er ook nog kanten van Wilde die niemand tegenwoordig opeist? Wiens Wilde is het eigenlijk?

tonio
Cover Tonio van A.F.Th. van der Heijden

‘For Oscar Wilde, posing as somdomite’
Ter voorbereiding van de voorstelling – de schoenen waren gevonden, de fluwelen broek was na twee passessies klaar – begon ik me in te lezen.
Ik had altijd wel van het werk van Wilde gehouden; zijn toneelstukken verslond ik als student en zijn sprookjes, korte verhalen en die ene roman – The Picture of Dorian Gray – had ik als middelbare scholier gelezen. De film Wilde (1997)4, gebaseerd op Richard Ellmans biografie, met Fry in de titelrol, had me duidelijk gemaakt hoe dramatisch het leven van Wilde eigenlijk was gelopen: hij had zijn status als societyfiguur neergezet, een gezin gesticht en begon succesvolle boeken en toneelstukken te schrijven, toen hij viel voor een jonge journalist, Robbie Ross, en vervolgens nog voor vele andere jongemannen, onder wie Lord Alfred Douglas, Bosie voor vrienden, die Wildes grote en fatale liefde werd. Nadat hij samen met Bosie het ondergrondse rentboy-circuit van Londen had verkend, raakte hij verslaafd aan de verboden liefde in jongemannenbordelen en pikte zelfs jongens van straat rondom Piccadilly Circus. De vader van Bosie, de markies van Queensberry, wilde zijn zoon uit de klauwen van Wilde redden en wist Wilde, mede onder druk van Bosie, die wraak op zijn vader wilde nemen voor zijn afschuwelijke jeugd, via een beledigende notitie (met de bekende spelfout) op een visitekaartje (‘For Oscar Wilde, posing as somdomite’) te bewegen tot het aanspannen van een proces wegens smaad. Dit proces keerde zich tegen Wilde toen allerlei bewijs naar boven kwam dat de aantijgingen over (de schijn van) sodomie waar waren. Wilde werd veroordeeld tot twee jaar zware dwangarbeid, vluchtte na zijn vrijlating uiteindelijk naar Parijs, daar niemand hem in de Londense society nog onder ogen wilde komen, en stierf daar in 1900, armlastig en door iedereen verlaten.

Dat is althans het verhaal dat iedereen kent, en op basis waarvan hij door het grote publiek op een voetstuk is gezet. Nu was ik op zoek naar meer context. Dit jaar beleefden we de première van The Happy Prince, een film over Wildes laatste jaren5, en vorig jaar waren er twee aardige boeken over een specifiek deel van zijn leven verschenen: Nicholas Frenkels Oscar Wilde. The Unrepentant Years, over Wildes vaak vergeten jaren na zijn vrijlating uit de gevangenis, en Laura Lees Oscar’s Ghost, over hoe de nabestaande geliefden van Wilde, Robbie Ross en Alfred Douglas, door zijn laatste jaren en zijn nalatenschap tot twist en eindeloze rechtszaken werden gedreven, tot voor een van hen de dood erop volgde. En in 2004 was al het grote boek over het geheime (i.e.: seksuele) leven van Wilde door Neil McKenna uitgebracht.
Deze boeken werpen een ander licht op Wilde, die ik eerder alleen kende als een goedgeklede, aimabele schavuit met een goed gevoel voor taal en het spel van victoriaans épater les bourgeois, en maken hem, voor mij in ieder geval, tot een ondoorgrondelijke figuur. Ook de liefde van zijn leven, Bosie, die in de film Wilde uit 19976 wordt weggezet als een egoïstisch, behoeftig en narcistisch kind, dat Wilde met alle macht ertoe dreef om een bij voorbaat verloren zaak tegen zijn vader aan te spannen, krijgt in twee aparte biografieën een minder eenzijdige behandeling.7 Zelfs Queensberry, die altijd wordt neergezet als een halfgeletterde bruut en agressieveling, krijgt enige rehabilitatie in een recente biografie.8 Ik hoop in het volgende enigermate uiteen te kunnen zetten welke kanten van Oscar Wilde er ontbreken in het dagelijkse discours, zij het zonder hoop uiteindelijk te kunnen zeggen ‘of de echte Oscar Wilde op wil staan’. Maar eerst wil ik graag vertellen hoe mijn werk aan de voorstelling ruw werd onderbroken vanuit onverwachte hoek: er dook nog een ‘belangengroep’ met betrekking tot Wilde op.

Dia1
Links Simon Mulder in de theaterlezing ‘The Green Hour’. Rechts Oscar Wilde

Mystic anglocentric Irish tricks
Voor de publiciteit op sociale media rondom onze nieuwe voorstelling had ik de volgende slagzin gebruikt: Immerse yourself in the culture of late Victorian England! Die zin schoot een Ierse student aan de UvA in het verkeerde keelgat. Dit bericht verscheen op onze Facebook-pagina:

This event elides a mentioning of the birthplace and identity complexion of the poet and playwri[ght] under eulogy; not doing so forgoes a contestation of his implicated positionality and role in the inferiorisation and relegation of Gaelic Irish cultural offerings. Indeed, not only does the description ‘Victorian English culture’ fastidiously ignore the hybrid and racist category of Anglo-Irish, it abstracts Wilde from the geography of his creating. Wilde is part of a colonisation of knowledge, which renders the Gaelic Irish subject backward and culturally inferior to the Anglo. Wilde makes the ‘Gaelic genius’ perform on the colonisers terms, in the coloniser’s language legitimating the ap[p]ropriation of their lands and the erasure of their memory.

Dit werd direct ‘leuk-gevonden’ door enige medestudenten. Namens het collectief reageerde ik inderhaast ietwat onbeholpen:

Many thanks for mentioning this aspect of Wilde’s heritage. Of course, we will dwell on his Irish background and our Lieder duo will also bring an Irish traditional, ‘Down by the Sally Gardens’, and a song on a text by the Irish poet Thomas Moore.

Wat mij kwam te staan op de volgende reprimande:

My intention was not to ‘highlight’ some individualised ‘aspect’ of Wilde’s identity as if, removed from time and space, plucking items out of a heterotopian cockam[a]m[i]e antique Victorian chest. No. I am drawing attention to the racist structures that your event rests on and is complicit in. This is not offset by simply including a couple of mystic anglocentric [I]rish tricks. Your event glorifies ‘Victorian English Culture’, as you put it, firstly without acknowledging where and under what forms of domination these poems were made and, secondly, by omitting a perspective on how the hierarchisation of ‘Victorian English culture’ would have been felt as a violent and colonial imposition which manufactured and impl[e]mented notions of the superiority of the White Anglo Protestant Male over colonial subjects such as the Gael, the Indian and the Black. Indeed Victorian English [c]ulture is only made possible by dehumanising and const[r]ucting the other as savage, less than human and uncivilised.

Uiteindelijk heb ik de slagzin weggehaald en beloofd hier aandacht aan te besteden in de voorstelling.

Whose Wilde is it anyway?
We hebben nu naast het grote publiek, de LHBT-gemeenschap, de studenten en de libertijnen dus nóg twee groepen die Wilde voor zichzelf opeisen: de Ierse sociaal-activisten, en nauw daaraan verbonden de beweging van antikolonialisme, antikapitalisme en intersectioneel feminisme. Voor iedere groep kunnen we ons nu een, tamelijk eendimensionale, Wilde voorstellen:

  1. voor het grote publiek is hij een decadent geklede wit en societyfiguur;
  2. voor de LHBT-gemeenschap is hij een van de eerste (en interessantste) voorvechters van dan wel martelaren voor de rechten van LHBT’s;
  3. voor studenten in het algemeen staat hij symbool voor het bereiken van de vrijheid van het individu door middel van de kunst;
  4. voor de libertijnen van het party-circuit staat hij voor vrijheid en gulzige seksualiteit;
  5. voor Ierse identiteitsactivisten is hij een Ierse schrijver die heeft gecollaboreerd met de kolonisator, en zo symbool staat voor de onderdrukking van ‘the Gaelic Irish genius’.
  6. voor studenten aan de faculteit Geesteswetenschappen (en ik vermoed met name literatuurwetenschap, genderstudies, filosofie en antropologie) staat hij, als slachtoffer of willig medewerker, symbool voor de onderdrukking van kolonialisme, kapitalisme, en patriarchaat.

Blijven twee belangrijke eigenschappen van Wilde over die door geen enkele belangengroep worden geadopteerd: zijn wetenschappelijke kunnen, wellicht omdat hij zich na zijn studie niet als briljant Graecus aan de universiteit heeft gemanifesteerd; en zijn schrijverschap zelf, zijn eigenlijke werk (toneelstukken, sprookjes, essays, brieven, roman en kortverhalen) spelen in zijn maatschappelijke rol van tegenwoordig nagenoeg geen rol: het gaat bovenstaande groepen meer om persoonlijke eigenschappen en daden van Wilde, al zijn er gelukkig nog veel begeesterde lezers.

Iedere belangengroep zou zich echter moeten afvragen of Wilde wel in te passen is in een van haar hokjes; zelfs wanneer al Wildes andere, voor die groep niet belangrijke eigenschappen worden weggelaten, is dat de vraag. Tijdens het lezen van bovengenoemde recente Wilde-literatuur viel me immers op dat ik, hoewel ik begon met het beeld van Wilde uit de film van 1997 – de sympathieke schavuit, ten val gebracht door de egocentrische Bosie –, steeds minder kon bepalen of Wilde van goede wil was of malafide; egocentrisch of een weldoener; een groot man of een zwakkeling; een slachtoffer of een dader. Tegenover elke goede eigenschap die hij had, manifesteert zich ergens wel het tegendeel; als hij een brief schrijft naar de één, zegt hij een dag later in een brief naar iemand anders weer iets dat de eerste brief tegenspreekt.9

 

the-picture-of-dorian-gray-1916-film
The Picture of Dorian Gray (1916)

The Picture of Oscar Wilde
In Wildes enige roman, The Picture of Dorian Gray, heeft de jonge Dorian een portret op zolder dat in plaats van hem ouder wordt, en steeds grimmiger en lelijker naarmate hij zich vermaakt met het begaan van steeds afschuwelijkere zonden, terwijl hijzelf jong blijft, en uiterlijk onaangedaan door zijn verschrikkelijke wandaden. Het is een mooie kritiek op de victoriaanse huichelachtigheid waar het de moraal betreft.
Terugkerend thema in de besprekingen van Wildes werk is de vraag wie er voor Dorian model gestaan heeft; velen nemen aan dat het een van zijn jonge dichter-minnaars is, genaamd John Gray. Maar wellicht schreef Wilde bewust of onbewust over zichzelf? Dat deed hij wel vaker: het personage Lord Illingworth uit het toneelstuk A Woman of No Importance, bijvoorbeeld, is duidelijk op Wilde zelf gebaseerd. En hij had zeker reden om zichzelf te beschouwen als een Dorian Gray. Net als Gray beging hij ongekende (en in het boek ongenoemde) misdaden tegen de victoriaanse moraal, terwijl hij zich voordeed als nette burgerman met vrouw en twee kinderen in een rijtjeshuis.
Laten we proberen een portret van Wilde te schetsen en zo te kijken wat de verschillende belangengroepen eigenlijk niet weten of moedwillig vergeten als ze Wilde als boegbeeld of als tegenstander voor hun beweging nemen, oftewel welke eigenschappen van Wilde men liever op zolder zet.

‘When you are not on your pedestal you are not interesting’
Wilde was voornamelijk Engels. Hij deed zich in taal en voorkomen voor als een victoriaanse gentleman, leefde in het Londense wereldje, en liet zich nergens als Iers kennen, behalve wanneer het hem uitkwam: toen Bosie na het overlijden van zijn gehate vader, de Marquess of Queensberry, gewoon weer naar Parijs was gekomen om met Wilde te gokken en de straten af te schuimen, voegde Wilde een vriend in een brief toe: ‘The English are like that.’10 Wilde was in zijn etnische identiteit absoluut een opportunist. In die zin had de Ierse student op dat punt half gelijk11 – maar dat is zeker niet alles wat er over Wilde in aanmerking moet worden genomen, en dit feit is reden voor de bestrijders van het patriarchaat om op te letten voor ze hem als goed voorbeeld kiezen.

Verder had Wilde een aantal andere elkaar tegensprekende eigenschappen. De boeken van Frenkel (2017), Lee (2017) en McKenna (2004) maken duidelijk hoezeer hij nu eens zijn vrienden onbaatzuchtig bijstond, dan weer hen ten bate van zichzelf voorloog en ze bij elkaar zwart maakte: hij redde Alfred Douglas van een pederastisch schandaal in Oxford door een bevriende advocaat in te zetten,12 een daad die hem chantabel maakte en later, toen de betreffende advocaat tegen hem werd ingezet tijdens zijn smaadzaak, inderdaad tot problemen leidde; maar toen Wilde en Bosie na zijn vrijlating uit de gevangenis de voorwaarden waaronder ze hun beider toelagen kregen (van respectievelijk de echtgenote, vertegenwoordigd door Robbie Ross, en de moeder) overtraden door elkaar weer te ontmoeten, en later zelfs tijdelijk samen te gaan wonen in Napels, betuigde Wilde bij Robbie zijn enorme afkeer van Bosie, terwijl hij lieve briefjes aan die laatste schreef.13

Aan de ene kant schreef hij na zijn vrijlating aan zijn lotgenoten in de gevangenis nog een tijdlang brieven, en ter verdediging van zijn voormalige bewaarder, die was ontslagen omdat hij een opgesloten kind een koekje had gegeven, plaatste hij zelfs een stuk in de krant. Maar aan de andere kant hield hij om de toelage van zijn echtgenote én zijn geliefde te behouden zijn onofficiële voogd Robbie aan het lijntje, terwijl hij tegenover Bosie niet eerlijk was; hij had in een lange, ontroerende, niet-verstuurde brief uit de gevangenis immers de infame uitspraken over het gedrag en de persoonlijkheid van Bosie gedaan waarop nog steeds het algemeen aangenomen beeld van die laatste berust, en het manuscript in handen gegeven van Robbie, om het later schijnbaar te vergeten – hetgeen uiteindelijk, toen het later onder de naam De Profundis uitgegeven was door Ross, zou leiden tot de dodelijke stortvloed van rechtszaken die de twee elkaar na zijn dood aan zouden doen.14

Hij was een geweldige vader, die sprookjes voor zijn zoontjes verzon,15en zijn zorgzaamheid toonde zich ook toen Bosie tijdens hun prille relatie ziek was geworden: Wilde verpleegde hem op tedere wijze, en zelfs toen Bosie geen wederdienst wilde verlenen toen Wilde zelf koortsig op bed lag – ‘When you are not on your pedestal you are not interesting,’ zou Bosie hem toegesnauwd hebben – heeft hij hem dat vergeven.

 

komrij-wilde
Gerrit Komrij, vertaler van De Profundis in het Nederlands, imiteert samen met zijn partner Charles Hofman een bekende foto van Wilde en Bosie.

Maar de grootsheid van geest die hem direct na aankomst aan de Franse kust in Dieppe vanuit de gevangenis in Reading Gaol in staat stelde om zijn vreselijke verblijf daar door zijn krachtige fantasie al om te vormen tot een mythologische locus amoenus;16 dezelfde geest die hem in de gevangenis zo veel zelfinzicht had gegeven dat hij zoiets als het tweede deel van De Profundis kon schrijven, waarin hij oprecht boete deed; dezelfde geest die hem eerder zijn feilloze inzicht in de condition humaine in het algemeen, en de victoriaanse samenleving in het bijzonder had gegeven, zodat hij zijn vileine en hilarische maatschappelijke komedies kon schrijven: deze grootsheid van geest staat in schril contrast met zijn kleingeestige handelen als er een bedreiging van zijn inkomen – te besteden aan champagne, cognac en hotels, de eerste twee in ongelooflijke hoeveelheden – in het spel was, of van zijn mogelijkheid om achter de jongens aan te gaan – een onderneming die in zijn latere jaren ook steeds meer van geld afhankelijk was. Om maar aan zijn liquide middelen te komen was hij in zijn laatste jaren bereid om verschillende theaterimpresario’s het exclusieve recht op hetzelfde nieuwe toneelstuk te verkopen, waarvoor hij overigens nooit de kracht zou vinden om het te schrijven.

Om maar te zwijgen van zijn vrouw Constance, die hij al die jaren bedrogen had, wier reputatie evengoed als die van Wilde in duigen gevallen was en die zich genoodzaakt zag haar echtgenoot, zeer tot diens verdriet, uit de vaderlijke macht te laten zetten, naar het continent te vluchten, zichzelf en hun beide zoontjes een nieuwe achternaam te geven en hun te vertellen dat hun vader gestorven was, alvorens ze, te vroeg, zelf stierf. Hoewel Wilde uiteindelijk in Genua, te laat, tranen op haar graf plengde, is het zeer moeilijk te beoordelen hoezeer hij werkelijk heeft geleden onder haar lot – al maakt hij overtuigend duidelijk dat het verlies van zijn vaderschap het ergste is dat hem zijn hele leven is overkomen,17 en was hij ongetwijfeld getraumatiseerd door alle ontmoetingen met mensen die hij kende van vroeger en die hem nu met de nek aankeken.

Wilde schreef weliswaar het pamflet The Soul of Man Under Socialism (1891), waarin hij pleitte voor een liberaal-socialistische maatschappij met anarchistische elementen en tegen een oplossing van het armoedeprobleem door liefdadigheid, maar heeft er in zijn leven niet naar gehandeld. Hij streefde naar roem, bereikte die, verdiende daar veel geld mee en gaf dat geld maar al te graag weer uit aan luxegoederen, waar op zich niets mis mee is. Maar daartoe beperkten zijn consumpties zich niet. Hij deed door zijn bezoeken aan bordelen en het oppikken van jongens op straat gewoon mee met het in stand houden van de onderdrukking van de arbeidersklasse door dit vrije-marktsysteem; zijn pamflet was niets dan een lege fantasie, voor zover het zijn in praktijk brengen ervan betrof. Het was zijn gewoonte de jongens na bewezen diensten verzilverde sigarettenkokers te geven, en hij nam ze mee naar dure restaurants en hotels, alwaar ze zo veel champagne konden drinken als ze wilden – eerder een decadente aalmoes voor deze jongens, die als telegrafist of straatverkoper veel minder verdienden dan ze op straat konden krijgen.

oscar-wilde-temple.jpg
Oscar Wilde-schrijn in New York

‘A poet in prison for loving boys loves boys’
Ik zeg inderdaad ‘jongens’. De LHBT-gemeenschap vereert bij het Wilde-schrijn in New York iemand die we tegenwoordig een pedofiel zouden noemen: zijn smaak, en die van vele van zijn medestanders indertijd, was als oudere man gericht op wat we nu als kinderen zouden bestempelen. Zijn jongste minnaars waren minderjarig: Charlie Parker, was 17 jaar toen hij omgang met de 38-jarige Wilde had, en Walter Grainger, die door Wilde dreigend te horen kreeg dat hij niets over hun ontmoeting mocht zeggen, slechts 16 jaar oud,18 en zo waren er meer: McKenna (2004) beweert zelfs dat er in Wildes Italiaanse tijd een 15- en een 14-jarige jongen waren. Dit feit krijgt niet zo veel aandacht tegenwoordig – wellicht omdat het onwelgevallig is, wellicht omdat het onbekend is: sodomie hield alle soorten van verboden seksuele omgang in, en het woord ‘homoseksueel’ was nog niet courant indertijd, dus misschien leest men er vaak overheen.19

Wilde had, in tegenstelling tot de LHBT- beweging, in ieder geval tot hij voor de rechter stond, geen hogere politieke bedoeling met zijn daden, hooguit een kunstzinnige, maar grotendeels zeker ook een libidineuze; hij had gewoon een bepaalde voorkeur en wilde zijn lusten botvieren: deze liefde was schoonheid voor hem. Zijn verblijf in de gevangenis genas hem niet van deze opvatting: ‘A poet in prison for loving boys loves boys.20 Al lijkt hij in De Profundis tot inkeer te zijn gekomen en te hebben geleerd van zijn fouten, zodra hij uit de gevangenis is, gaat hij weer op zoek naar jongens. Wilde zou zijn seksuele oriëntatie dus niet typeren als homoseksueel in de betekenis die wij daar vandaag de dag aan geven, en ik vraag me af of er tegenwoordig, nu het onderwerp van pederastie vrijwel niet meer bespreekbaar is zoals dat ooit (onder de Oude Grieken, in de jaren ’70) wel zo was, ruimte voor zijn opvatting zou zijn in de LHBT-gemeenschap of in de samenleving als geheel.21 Deze twee punten zijn, nu Wilde als martelaar en voorman voor de beweging minder nodig is dan bijvoorbeeld in de jaren ’60, wellicht reden om zijn helden- of martelarenrol te heroverwegen.

‘The Love that dare not speak its name’
Wildes verdediging van zijn seksuale oriëntatie in de rechtszaal is een prachtig stuk proza, dat ik bijzonder ontroerend vind. Dit antwoordde hij toen hem werd gevraagd wat de regel The Love that dare not speak its name in het sonnet ‘Two Loves’ van Bosie wel mocht betekenen:

‘The Love that dare not speak its name’ in this century is such a great affection of an elder for a younger man as there was between David and Jonathan, such as Plato made the very basis of his philosophy, and such as you find in the sonnets of Michelangelo and Shakespeare. It is that deep, spiritual affection that is as pure as it is perfect. It dictates and pervades great works of art like those of Shakespeare and Michelangelo, and those two letters of mine, such as they are. It is in this century misunderstood, so much misunderstood that it may be described as the ‘Love that dare not speak its name’, and on account of it I am placed where I am now. It is beautiful, it is fine, it is the noblest form of affection. There is nothing unnatural about it. It is intellectual, and it repeatedly exists between an elder and a younger man, when the elder man has intellect, and the younger man has all the joy, hope and glamour of life before him. That it should be so the world does not understand. The world mocks at it and sometimes puts one in the pillory for it.

Wilde pleit hier voor het platonische idee dat een ouder iemand een jonger iemand (voor Plato ging het alleen om de elite, vrijgeboren Atheense jongens; tegenwoordig kunnen we dat uiteraard breder trekken) onder zijn hoede neemt om deze wetenschappelijk en maatschappelijk te vormen. Wat Wilde voor de rechtbank echter niet vertelde, is dat – en hier stond Plato ook niet negatief tegenover – deze vorming niet alleen bij de oude Grieken, maar ook bij hemzelf, met pederastie gepaard ging; de jongens werden niet alleen intellectueel maar ook seksueel opgevoed. En dat is dan tegenwoordig weer een veel bezwaarlijker onderdeel van Wildes pleidooi. Bovendien was het merendeel van Wildes liaisons in het geheel niet gericht op Bildung; waar hij (tegen zijn eigen pamflet in) zich tegenover de rechter erop liet voorstaan dat hij aan een soort liefdadigheid deed door deze jongens onder zijn hoede te nemen, maakte hij in zijn brieven duidelijk dat hoe grover en onontwikkelder de jongens zijn, hij er juist des te meer plezier in heeft. De jongens in de geheime bordelen kregen in meerderheid zeker geen Shakespeare en Michelangelo van hem te lezen, en in zijn laatste jaren aan de Frans en Italiaanse kust had hij een duidelijke voorkeur voor ruwe vissersjongens, die hij tooide met allerlei koosnaampjes.

Wildes veroordeling is in 2017, samen met die van 50.000 homoseksuelen, postuum ongedaan gemaakt door de Britse regering. Maar hoe onterecht was eigenlijk zijn veroordeling, in deze tijden van #MeToo, waarin machtsmisbruik door beroemdheden en autoriteitsfiguren dagelijks in het nieuws is, en waarin de huizen van pedofielen beklad worden door woedende menigten?

‘Feasting with Panthers’
Het is moeilijk en onprettig deze gevaarlijke eigenschappen van Wilde te bespreken. Wilde roept lastige vragen op over kunst, moraal en de persoon van de kunstenaar. Is naar de cultuurrelativistische standaarden van nu inderdaad the past another country? Moeten we hem dus naar de maatstaven van zijn tijd beoordelen of juist naar die van hemzelf, of is cultuurrelativisme verwerpelijk en moeten we onze betere morele intuïtie van nu volgen? Wat doen we met iemand die we bewonderden en die moreel gezien van zijn voetstuk is gevallen?22 Moeten we het werk beoordelen naar het leven van kunstenaar en Wilde van de leeslijsten en uit de schoolbibliotheken halen omdat hij een slecht voorbeeld geeft? En specifieker, aangaande de pederastie: moeten wij handelen zoals men enige jaren terug op sociale media massaal aangaf geen films van Woody Allen en Roman Polanski meer te zullen kijken, of is dat een onzuiver oordeel?

Het interessante van Wilde is deels juist zijn gevaarlijkheid. Lee (2017: 51) maakt aannemelijk dat voor Wilde, aangezien zijn seksuele oriëntatie op zich al crimineel was, het criminele werd geassocieerd met het seksuele, waardoor het gevaar voor hem de helft van het genot werd. Wilde noemde het ‘Feasting with panthers’. Ongetwijfeld ook de reden dat hij steeds openlijker met de jongemannen verkeerde, en zich met hen liet zien op openbare gelegenheden van het hogere segment, is dat in de ondergrondse beweging van mannen die van mannen hielden, mannen uit verschillende klassen ongecontroleerd met elkaar konden omgaan – een grote bedreiging voor de strikte klassenmaatschappij in die tijd, en des te gevaarlijker dus plezieriger voor Wilde.

Een deel van ónze fascinatie voor Wilde is te vinden in zíjn fascinatie voor het criminele, waarin wij onszelf kunnen spiegelen. Wildes werk lezen – Dorian Gray, Lord Arthur Savile’s Crime – is ook nu nog genieten van misdaden. En Wildes persoonlijk leven volgen is een minder fictionele variant daarvan, waarbij we ook nog eens geconfronteerd worden met tegenstrijdige gevoelens: deze ongelooflijke wit en dandy, een held voor zovelen, die zo veel terechte kritiek gaf op zijn tijdgenoten, deed ook dingen waarbij we ons geheel niet goed voelen: liegen, bedriegen, roddelen, mensen tegen elkaar uitspelen, jonge jongens verleiden en gebruikmaken van hun diensten als prostitué.23

De vraag is dan ook wat we van Wilde willen maken: willen we hem accepteren met al zijn tegenstrijdige eigenschappen, als de moeilijk te beoordelen persoon die hij is? Of moeten we hem, om het jungiaans te zeggen, ontdoen van zijn schaduw, zodat we, wanneer we hem beschouwen, niet met de onze geconfronteerd worden? Maar zitten we dan niet in een nieuw victorianisme?

happy prince
Rupert Everett als Oscar Wilde in The Happy Prince (2018)

The Happy Prince
Het recentste antwoord op deze vragen zien we in de film The Happy Prince, die deze zomer uitgekomen is: een sympathiek, liefdevol gemaakt en een zeer persoonlijk project van hoofdrolspeler, schrijver en regisseur Rupert Everett. Wilde vraagt in zijn laatste jaren, berooid in Parijs, mensen op straat om geld – typisch verslaafdengedrag. Maar in de minste kroegen van de stad is hij een gewaardeerde persoonlijkheid, en hij lijkt gelukkig op zijn vaste stoel op het terras, pratend met alles en iedereen tot en na sluitingstijd. Een charmante oude alcoholist, met nog iets van de eerdere grote artiest, zoals ook Ramses Shaffy in zijn nadagen was.

Iconische scènes en krasse uitspraken die in alle biografieën en films voorkomen zijn één op één overgenomen. Ook in andere opzichten bevestigt de film het algemeen geaccepteerde beeld van Wildes leven. Robbie Ross behoudt, zonder dat men zijn naardere kanten belicht, de rol van trouwe steun en toeverlaat, en Bosie blijft, en ditmaal zonder veel achtergrond, het egocentrische kind, waardoor Wildes fatale liefde voor hem lastig te begrijpen is. Daarnaast zijn er losse eindjes: waarom Wilde in de gevangenis boos was op Bosie blijft onduidelijk, de motivatie om vervolgens Bosie wél te willen zien ook, en De Profundis wordt wel besproken, maar verdwijnt ook weer zonder invloed op het verhaal te hebben.

Aangaande Wilde moet de conclusie zijn dat het sympathieke beeld overheerst. Zijn soms tot op het kwaadaardige af voorkomende egoïstische buien en daden worden deels niet genoemd of deels in de mond gelegd van de onsympathieke Bosie, en dus minder serieus te nemen. Hij betreurt de dood van zijn vrouw tot op zijn sterfbed, waarvoor geen bewijs is; veeleer leed hij in zijn laatste jaren onder het gemis van zijn zonen, en van Bosie, als die er weer eens niet was.

Wat seksualiteit betreft is de film betrekkelijk eerlijk, maar niet precies. Wilde en zijn kompanen kijken graag naar jongemannen. Of het pederastie is laat men in het midden: twee broers die hij tegenkomt eindigen ontroerenderwijs als surrogaatzonen, de oudste (leeftijd lastig te schatten) heeft dan wel tegen betaling zijn lichaam veil gehad voor Wilde, maar hij eindigt als meer dan lustobject. Verdere jongemannen lijken allen jongvolwassenen te zijn. En in de epiloog wordt verteld dat Wilde ‘homoseksueel’ was – dat dat niet helemaal klopt, zagen we hierboven reeds.

De film maakt de fysieke aftakeling van Wilde evenwel pijnlijk duidelijk, en dat is het dappere eraan: we bewonderen iemand op zijn charismatisch hoogtepunt, maar dat wordt onherroepelijk gevolgd door een aftakeling, en die willen we liever niet zien.24 Ook Wildes werk – het sprookje The Happy Prince, het toneelstuk The Importance of Being Earnest en het laatste grote gedicht The Ballad of Reading Gaol – zijn er mooi in verweven. De liefde van Everett voor zijn personage lijkt hem er echter van te weerhouden om de minder sympathieke kanten van Wilde zodanig te tonen dat we in een morele aporie komen, zoals gepaster zou zijn indien je alle feiten kent. Maar deze productie verdient het, ondanks haar tekortkomingen, om geprezen te worden als de met veel liefde gemaakte eerste film die deze periode van Wildes leven belicht.

Een man van vele eigenschappen
Wie was Wilde nu? De man die ik eerst op naïeve wijze sympathiek vond, is hij zeker niet. Maar als hij dan geen held is, is hij dan een schurk? Een lopende verzameling grappige frasen of een groot cultuurcriticaster? Een voorvechter van de rechten van LHBT’s of een pederast? Een trotse Ier of een huichelachtige Engelsman? Een vroege bestrijder van kapitalisme, kolonialisme en patriarchaat of juist een vertegenwoordiger van deze drie kwaden?

Het is, merk ik, noodzakelijk om het perspectief breder te trekken. Een belangrijke overkoepelende eigenschap die Wilde kenmerkte is het exces. Een overvloedige behoefte aan mooie kleding en binnenhuisarchitectuur, drank, jongens, en – denkelijk nog het meeste – aan conversatie: zijn eigenschap om door het gesproken woord in het doodgewone het magische op te roepen, waardoor hij iedereen charmeerde.25 Maar ook een (uiteindelijk vernietigende) overvloed aan liefde, aan vriendschap, aan gulheid, aan humor, aan optimisme, aan een drang tot het beleven van alles wat de wereld kon bieden,26 zelfs los van en zonder zich te bekommeren om enige andere moraal dan de door hemzelf geschapen waarden.27 Wilde had simpelweg van alles heel veel.

Natuurlijk moeten we Wilde dus, hoewel we hem door hem politiek in te zetten daartoe lijken te reduceren, niet zien vanuit één eigenschap of als moreel simpelweg goed of slecht. Het kán niet eens. De verschillende belangengroepen komen er niet mee weg om – wat al oneerlijk genoeg is voor Wildes nagedachtenis – één van zijn eigenschappen te selecteren die hun toevallig uitkomt: Wilde bezat van deze eigenschap immers altijd ook nog zeer duidelijk het tegendeel.

oscar-wildest-feest
Poster Oscar Wildest-Nieuwjaarsfeest 2017

Het is niet gemakkelijk te accepteren, maar als we Wildes gevaarlijke kanten weglaten en alleen de eendimensionale Wilde van bovenstaande belangengroepen overhouden, blijven we dus zitten met een op twee niveaus gecensureerde, een tandeloze, ongevaarlijk gemaakte Wilde, die alleen maar goed is om, zoals inmiddels met Che Guevara is gebeurd, vercommercialiseerd een vage boodschap van vrijheid uit te dragen, zonder naar de moeilijke kanten van zijn persoonlijkheid en daden te kijken. Het zou van begrip getuigen als met name de politieker georiënteerde belangengroepen Wilde in zijn complexe volledigheid zouden durven zien.

Want Wilde was in ieder geval in die zin een groot man, en nog interessant voor ons nu, dat hij een veelheid aan elkaar tegensprekende eigenschappen kon bevatten, en wel in bijzonder hoge mate – een moderne Odysseus wellicht: een slimme en listige, tragische held voor de een (Homerus), een leugenachtige vernietiger die in de hel thuishoort voor de ander (Vergilius, Dante), en eigenlijk allebei tegelijk.

En dan hebben we het nog niet gehad over Bosie en Queensberry, die altijd de rol van de slechterik toegespeeld krijgen en ontegenzeggelijk ontstellend moeilijke mensen waren, maar door hun eigen biografieën betrekkelijk aannemelijk worden gerehabiliteerd. En al helemaal niet over de manipulatieve roddelaar Robbie Ross, die eigenlijk ook een enorm trouwe vriend was en Wilde tot op het eind bijstond.28 De biografieën wijzen telkens een ander dan de beschreven persoon als boosdoener aan, en telkens, lijkt het, met enige reden.

Each man kills the thing he loves
In de uiteindelijke voorstelling van het Feest der Poëzie hebben we ook lastige keuzen moeten maken; het was onmogelijk om in tweemaal drie kwartier een indruk van Wildes werk te brengen én een volledig beeld van hem te geven dat nog een volgbare verhaallijn had. Met onze pianist achter de vleugel en mij ernaast op het podium, in de court shoes en met de fluwelen kniebroek aan, brachten we tegen het eind een bewerking voor piano en voordracht van een stuk van de vergeten componist Henri Zagwijn, dat we in het Nederlands Muziek Instituut ontdekt hadden, van Wildes Ballad of Reading Goal, met het ijzingwekkende refrein ‘Each man kills the thing he loves’. Normaal kan ik goed afstand houden tot de tekst die ik voordraag, maar ergens tijdens dit gedicht krijg ik altijd een brok in de keel. Wilde beschrijft in dit gedicht niet alleen een personage, of de mensheid in het algemeen, maar, en dat ontroert zo, ook zichzelf. Nu ja, ja zeker, zijn personage, de mensheid in het algemeen en hijzelf hebben dat gedaan en doen dat, doden wat zij liefhebben – maar doen wij hetzelfde nu niet opnieuw met Wilde, door het deel van hem op te eisen dat ons goed uitkomt, en ons van de rest te distantiëren? Zeggen we daarmee niet ook, met een behoorlijk beperkt voetstuk voor ogen: ‘When you are not on your pedestal you are not interesting’? ‘Wiens Wilde is het eigenlijk?’, dat is bij nader inzien de verkeerde vraag.

________________________
Simon Mulder is dichter, voordrachtskunstenaar en redacteur van Armada. Hij studeerde vergelijkend-historische taalwetenschap te Leiden en wijsbegeerte en klassieke talen te Amsterdam. Momenteel doceert hij Grieks, Latijn en filosofie op een middelbare school en promoveert in de historische taalkunde.
Hij is oprichter van Stichting Feest der Poëzie, waarmee hij poëzie- en muziekevenementen op bijzondere plaatsen organiseert, van een driedaags festijn rondom de dichters van 1880 tot avonden met muziek, poëzie en theater rondom dichters van nu, maar ook over Fernando Pessoa, Oscar Wilde en anderen. Tevens verzorgt hij de uitgave van Avantgaerde, een geheel met de hand gezet, gedrukt en gebonden tijdschrift voor de dichtkunst, en is hij redacteur van Arabesken, tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap. Zie ook: www.simonmulder.nl en www.feestderpoezie.nl

________________________
Literatuur

Sébastien Delloye; Philipp Kreuzer; Jörg Schulze (Producent) & Rupert Everett (Regisseur). The Happy Prince. Maze Pictures/Entre chiens et loups/Palomar, Duitsland/België/Italië 2018.

Richard Ellman, Oscar Wilde. Random House, New York 1988.

Nicholas Frenkel, Oscar Wilde. The Unrepentant Years. Harvard University Press, Cambridge MA/London 2017.

Jonathan Fryer, Robbie Ross. Oscar Wilde’s True Love. Constable, London 2000.

Merlin Holland, The Real Trials of Oscar Wilde. HarperCollins Perennial, New York 2004.

Merlin Holland & Rupert Hart-Davis (eds.), The Complete Letters of Oscar Wilde. 4th Estate Publishers, London 2000.

Laura Lee, Oscar’s Ghost: The Battle for Oscar Wilde’s Legacy. Amberley, The Hill (Gloucestershire) 2017.

Neil McKenna, The Secret Life of Oscar Wilde. Arrow Books, London 2004.

Douglas Murray, Bosie. The Man, the Poet, the Lover of Oscar Wilde. Talk Miramax Books/Hyperion, New York 2000.

Marc Samuelson & Peter Samuelson (producent) & Brian Gilbert (regisseur), Wilde. Verenigd Koninkrijk: BBC Films/Capitol Films/Pony Canyon 1997.

Linda Strattmann, The Marquess of Queensberry. Wilde’s Nemesis. Yale University Press, New Haven/London 2013.

Caspar Wintermans, Alfred Douglas. A Poet’s Life and His Finest Work. Peter Owen, London/Chester Springs PA 2007.

________________________
Noten

[1] www.feestderpoezie.nl

[2] Deze ‘Oscar Wilde Temple’, gepresenteerd als kunstwerk, gaat op reis en is van 3 oktober 2018 tot 31 maart 2019 te zien in Londen: www.studiovoltaire.org/exhibitions/forthcoming/ (geraadpleegd 20-8-2018).

[3] www.backstage.com/news/profile-wilde-at-heart-stephen-fry-is-witty-informed-and-no-stranger-to-criticism-who-better-to-play-oscar-wilde/ (geraadpleegd 20-8-2018).

[4] Samuelson, Samuelson & Gilbert 1997.

[5] Delloye, Kreuzer, Schulze & Everett 2018.

[6] In twee eerdere films uit 1960, Oscar Wilde en The Trials of Oscar Wilde, was het voor Hollywood niet mogelijk om te tonen waarom Wilde werd veroordeeld, er zijn alleen maar kleine aanwijzingen.

[7] Murray 2000; Wintermans 2007.

[8] Strattmann 2013.

[9] De brieven zijn overigens integraal uitgegeven en heerlijke lectuur: Holland & Hart-Davis (eds.) 2000.

[10] Holland & Hart-Davis (eds.) 2000: 1173.

[11] Onafhankelijk van de vraag of ‘Gaelic Irish genius’ een term is die we zonder stil te staan bij de nationalistische connotaties die dit oproept kunnen gebruiken in deze discussie.

[12] Lee 2017: 36-37.

[13] Frenkel 2017: 103.

[14] Hierover het grootste deel van Lee 2017.

[15] Deze zijn later gebundeld als The Happy Prince en A House of Pomegranates.

[16] Frenkel 2017: 94.

[17] Ibidem: 100.

[18] Wilde ontkende tijdens de rechtszaak Grainger ook maar te hebben gezoend (Holland 2004: 207-208); McKenna (2004: 292-294, 320-325) gaat altijd van het spectaculairste uit, en neemt aan dat Wilde op de dag waarop hij Parker ontmoet had, hem al mee naar het Savoy had genomen en pederastische handelingen had uitgevoerd, en dat Wilde Grainger meermaals had meegenomen.

[19] De term die voor Wilde en de zijnen werd gebruikt was uranisme; een platonisch geïnspireerde filosofie, die inhield dat de liefde tussen een jongeman een volwassen man van grote waarde was, omdat die uiteindelijk door ontstijging door het vleselijke heen tot een besef van de goddelijke schoonheid van de Idee zou leiden. De term verwijst naar de geboorte van de liefdesgodin Aphrodite uit het afhakte lid van Uranus dat in zee terecht was gekomen: een geboorte waaraan het vrouwelijke geen deel had.

[20] Frenkel 2017: 13.

[21] Zie ook het kritische werk van Gerrit Komrij, die een kunstzinnige opvatting van de homoseksualiteit bleef huldigen, en die de ‘verburgerlijking’ van de homoseksuelen afkeurde.

[22] Men denke aan historische helden die recentelijk door actiegroepen bekritiseerd worden en van wie standbeelden en straatnamen zouden moeten verdwijnen, zoals Jan Pietersz. Coen.

[23] Ik neem aan, al heb ik daarvoor geen bronnen, dat er volksdelen zijn – orthodoxe gelovigen van alle godsdiensten en andere groepen die omwille van Wildes levenswandel, ook zonder de details over de leeftijd van de jongemannen te weten, zijn werk en persoon afwijzen – die hierdoor óók hun eendimensionale Wilde-beeld hebben, en wel als afschrikwekkend voorbeeld: Boontje komt om zijn loontje. Dat zou nog een belangengroep kunnen zijn, al vermoed ik dat er in die kringen niet echt over Wilde gesproken wordt.

[24] Ook Shaffy kreeg, met de documentaire Ramses: où est mon prince? (2002) van Pieter Fleury een dergelijk liefdevol eerbetoon.

[25] Frenkel 2017: 132.

[26] Wilde was in die zin een goede leerling van zijn leermeester Walter Pater in Oxford, die in zijn omstreden Studies in the History of the Renaissance (1873), die een hoofdwerk van de Aesthetic Movement zouden worden, aanried ‘to burn always with this hard, gemlike flame’: voortdurend de vlietende, uiterst persoonlijke indrukken van schoonheid die de wereld te bieden heeft na te jagen in een altijddurende esthetische extase.

[27] Wilde stierf niet voor niets in dat zelfde omineuze jaar als Nietzsche: 1900. Was hij dan inderdaad iemand die nietzscheaanse gedachtegoed, dat in de late 19e eeuw in de lucht leek te hangen, had begrepen en toegepast, een man die de Herrenmoral had geïnternaliseerd?

[28] Fryer 2000.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s