Beriggie #13: De Ander praat terug

Het gebeurde zomaar op een zaterdagochtend. Ik las op bed na het ontbijt cursorisch de zoveelste zeventiende-eeuwse beschrijving van ‘Hottentotten’ als ‘noble savages’, primitievelingen tussen mens en dier. Jaja, dacht ik, alweer zo’n stereotype van met dierenvet ingesmeerde en met schaapsdarmen omhangen Afrikaanse wildemannen. Maar ik had ook weinig materiaal om het beeld mee tegen te spreken. Positieve beschrijvingen van de ‘Hottentotten’ zijn schaars. De oorspronkelijke inwoners van de Kaap oogstten met hun gewoonten nu eenmaal meer afschuw dan lof van de vroege Europese bezoeker.

De Zuid-Afrikaanse wetenschapper Malvern van Wyk Smith sprak een paar jaar geleden op een congres: ‘From the middle ages to the Victorian era, the discourse of Africa, of which the discourse of the Cape is a sub-species, is sharply marked by tensions between the savage wilderness and the paradisal state of man.’ Deze intrigerende spanning is een thema in Luis de Camões’ De Lusiaden (1572), maar ook al daarvoor werd de Kaap beschreven als een geografisch en mythisch kruispunt van deze beide zienswijzen. Mettertijd ontwikkelde zich hieruit een interessante, zij het voor latere generaties en de geschiedenis desastreuze, oplossing: de Kaap werd fysisch voorgesteld als een paradijs en de inwoners als bruten.

Die zaterdagochtend las ik de zoveelste bewoording hiervan, ditmaal in Cosmographie (1657) van Peter Heylyn: ‘[that a] pity ’tis so beautiful and rich a Country should be inhabited by so barbarous and rude a people; […]’. In de voetnoten stond echter een verwijzing naar een 19e-eeuwse bloemlezing die ik nog niet eerder was tegengekomen. Ik verwisselde boek voor tablet en kwam zo, vanaf de rand van mijn bed scrollend door Google Books, uit bij een van de intrigerendste tekstfragmenten die ik tot nog toe in mijn onderzoek ben tegengekomen.

Beschrijvingen van de Khoisan over hun eigen cultuur zijn er niet; die was immers oraal. Maar een Franse missionaris met de naam Guy Tachard bracht mij ineens dichter bij de stem van de 17e-eeuwse Khoisan dan ik ooit ben geweest. Hij schreef in Voyage de Siam des peres Jésuites (1686):

Zij [de Khoisan] zien blanken als slaven die het land moeten bewerken. Voor hen zijn blanken schepselen zonder moed, die zichzelf opsluiten in hun huizen en forten om zich te beschermen tegen hun vijanden. Hun eigen volk, daarentegen, slaat kamp op waar het wil, te midden van vruchtbare velden of uitgestrekte vlakten, zonder zich te hoeven bekommeren om landbouw. Zij lijken zich door deze levensstijl de ware meesters van de aarde en het gelukkigste volk ter wereld te voelen. [Vertaling TM]

Wat een verfrissend geluid! Uit Tachards woorden blijkt een fundamenteel ander perspectief op land, eigendom en arbeid. Vijf minuten geleden las ik nog van een Europeaan die zijn hand in eigen boezem steekt en de Khoisan afwijst als primitief; nu lees ik voor het eerst hoe de Khoisan naar een blanke keek. En misschien wel net zo weinig van de ander begrijpt.

Met zulk bewijs is het onontkenbaar dat er destijds al een complexe dialoog bestond over de ontmoeting tussen kolonist en Khoisan. Dankbaarheid en jaloezie streden die zaterdag om de voorrang. Jaloezie, omdat Van Wyk Smith, zo bleek bij navraag, dit fragment al decennia eerder op het spoor was gekomen. Tegelijkertijd ben ik dankbaar dat ik dit fragment nu pas ontdekt heb, als het ware ondergesneeuwd onder bergen van stereotypering. Vijf jaar geleden zou ik het niet zo op waarde hebben kunnen schatten als nu.

Inmiddels heb ik een handjevol zeventiende-eeuwse stemmen tegen het dominante zeventiende-eeuwse discours gevonden. Als ik spreek op congressen, blijkt dat heel weinig mensen weten dat dit andere perspectief bestaat. Enerzijds vult me dat met een onmeedeelbaar treurig gevoel, een beklemming dat deze handvol teksten waarmee ik als eenling werk niet het beeld van de geschiedenis kunnen doen keren.

Anderzijds maakt juist dit soort gewaarwordingen oudere letterkunde voor mij de moeite waard. Spannende ontdekkingen uit het verleden kunnen zo actueel zijn. Ze laten me mijn aannames bevragen. Ik voel me een vollediger mens met ieder nieuw perspectief dat me wordt aangereikt.

________________________

Armada-redacteur Tycho Maas verblijft voor promotieonderzoek aan de Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika. Regelmatig schrijft hij over ervaringen, achtergronden en actualiteiten rond taal, literatuur en cultuur in het land met elf officiële talen.

Bronnen

Heylyn, Peter. Cosmographie. The Fourth Book, part I, London: printed for A. Seile (1657).

Tachard, Guy, Voyage de Siam des peres Jésuites. 2 vols. Paris: Seneuze et Horthemels (1686).
(Vertaald als A Relation of the Voyage to Siam. London: F. Robinson and A. Churchill (1688)).

Afbeelding: detail van Afrikaanse volkeren ten zuiden van de Nijl. Fra Mauro wereldkaart, ca. 1450.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s