In het land der wonderen

Over Winterse buien van Sana Valiulina

Van veel plaatsen op aarde hebben we een beeld zonder dat we er ooit zijn geweest. Dat beeld ontstaat via boeken, films, foto’s, verhalen van anderen of door ongegronde vooroordelen. Sana Valiulina (1964, Tallinn, Estland) herinnert zich nog precies wanneer haar beeld van Nederland, haar toekomstige vaderland, vorm kreeg. In het openingsessay van Winterse buien, of Ben ik wel geïntegreerd genoeg? (2016, Prometheus) schrijft ze:

Mijn eerste kennismaking met Nederland verliep via het geschreven woord. Ik was een jaar of tien, en op een dag dat ik me verveelde pakte ik een boek uit de grote boekenkast van mijn vader. Het land der wonderen heette het, het boek dat het wonderland genaamd Gollandija tevoorschijn toverde.

Of ze toen al dacht aan een mogelijk leven in dat land, weet ze niet meer,

Maar het was een stil begin van een lange romance tussen mij en het land waarvan de naam in het Russisch – Gol-lan-di-ja – een vrouwelijke uitgang heeft, en met die dubbele ‘l’ in het midden, op de wielen van de naburige ‘o’ en de ‘a’, eindeloos in je mond rolt, zoals de ronde kazen op de Goudse markt.

Voor Winterse buien ontving Valiulina in mei 2017 de Jan Hanlo Essayprijs, de tweejaarlijkse prijs voor een bijzondere bijdrage aan de essayistiek. De bundel is een verzameling van de essays die zij schreef in de vijfentwintig jaar die ze in Nederland doorbracht. Sommige stukken zijn eerder gepubliceerd, en de ordening is niet chronologisch maar ‘natuurlijk’. In de inleiding schrijft Valiulina dat de juiste vorm al bestond, dat ze die alleen nog moest herkennen, en daar is ze goed in geslaagd.

Sana Valiulina
Sana Valiulina

De schrijfster werd geboren in Estland toen het nog tot de Sovjet-Unie behoorde, in een Tataars gezin. Op grote afstand van haar geboorteland, in tijd en in ruimte, reflecteert ze op Nederland, de Sovjet-Unie en hedendaags Rusland, op de Russische literatuur en de wereldliteratuur. Identiteit en verbondenheid vormen de rode draad in de meeste essays. Niet dat ze op zoek is naar een vastomlijnde nationale of culturele identiteit of dat ze wil laten zien hoe Nederlands ze is geworden – de ondertitel Ben ik wel geïntegreerd genoeg? is ironisch –, want Valiulina zoekt allerminst de erkenning van anderen. Sterker nog, ze voelt zich er ongemakkelijk bij. In ‘Rauwe tartaar en worteltjestaart’ schrijft ze:

Alleen al de vraagstelling naar mijn nationale identiteit bezorgt me een onaangename druk in de maag, ik moet onwillekeurig aan Lenin denken – die zou er gelijk raad mee weten: gewoon afschaffen, samen met de bourgeoisie.

Wat volgt is een zelfonderzoek naar haar ‘wortels’. Als Russischtalige van Tataarse afkomst in Estland is ze nooit in de massa opgegaan. Alle drie de culturen hebben haar beïnvloed, vermoedt ze, en bepaald hoe mensen op haar reageerden. Eronder geleden heeft ze nooit, de culturen konden in haar jeugd naast elkaar bestaan zonder elkaar te bijten, en de Nederlandse cultuur sloot zich daar probleemloos bij aan. ‘En als ik behoefte aan wortels krijg, dan bak ik mijn moeders worteltaart en kom weer helemaal tot rust.’

tallinn-estonia-day-trip-cruise-helsinki-baltic-state-europe
Talllin in de winter

Het zijn verfrissende en geruststellende woorden in een tijd waarin de nationale identiteit steeds overheersender lijkt te worden. Alsof ieder pasgeboren mens in een nationale box wordt gezet waarvan de houten spijlen de rest van het leven de speelruimte bepalen. Valiulina’s ervaringen – en de ervaringen van een ieder die over vanzelfsprekendheden wil nadenken – spreken dit hokkerige denken tegen, en ze verwoordt ze op een bijzonder eloquente en humoristische manier.

Het betekent natuurlijk niet dat de cultuur of het land waarin je opgroeit je identiteit niet kan beïnvloeden. Valiulina besteedt veel aandacht aan literatuur, niet vreemd voor iemand die via een boek kennismaakte met Nederland en uiteindelijk ook via woorden verbondenheid met dat land ging voelen. Een groot aantal essays is gewijd aan literatuur, de Russische voornamelijk. Ze gaan onder meer over de heilzame en vormende werking ervan, over de relatie tussen de Russische literatuur en de Russische ziel, over de genialiteit en onvertaalbaarheid van Poesjkin, over het lezen van Goelag Archipel als dochter van een krijgsgevangene en hoe haar puberdochter voor de eerste keer Tolstoj leest en weer benaderbaar werd.

Zelf heeft Valiulina amper in het Russisch geschreven. Pas nadat ze in Nederland was aangekomen heeft ze de pen opgepakt, en met die pen schreef ze Nederlands. Daar had ze praktische argumenten voor – argumenten die in het efficiënte Nederland meestal op begrip konden rekenen: zo werd tijd en geld bespaard op het vertalen en werden onmogelijke vertaalkeuzes op voorhand vermeden. Bovendien voelde ze zich vrijer in het Nederlands, minder gebonden aan een literaire traditie. In het Russisch benamen de schaduwen van reuzen haar te veel het licht. Het heeft mooi en ritmisch Nederlands opgeleverd, vol inzichten en verrassende wendingen.

Toch kondigt ze in het laatste essay van Winterse buien aan te gaan experimenteren met schrijven in het Russisch. Wat zegt dat over haar en over haar ‘identiteit’ als schrijver? Haar antwoord, in een van de laatste zinnen van de bundel:

De identiteit en de taal, natuurlijk zijn die twee met elkaar verbonden, wie zou dat ontkennen? Maar niet één op één. De identiteit is groter dan de taal, maar de literatuur is groter dan de identiteit.

Het is duidelijk: ze blijft weigeren te worden begrensd door een slecht of onvolledig ingevuld begrip.

De winterse buien van de titel, tot slot, verstoorden Valiulina’s geromantiseerde beeld van Nederland. Geen altijd vrolijke fietsers, geen rollende kazen in de straten. Nederland bleek niet het sprookjesland waar het leven lang en gelukkig is.

Toch joegen de buien haar niet weg. Gelukkig maar.

________________________

Rebecca van Raamsdonk (1990) studeerde Frans, Geschiedenis en Europese Studies en verzorgt taal- en cultuurcursussen.

________________________

Sana Valiulina debuteerde in 2000 met de roman Het kruis over het leven in een Moskouse studentenflat, in 2002 gevolgd door de novellenbundel Vanuit nergens met liefde. In 2006 publiceerde ze Didar en Faroek, dat is gebaseerd op het leven van haar ouders tijdens het terreurbewind van Stalin. De roman werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. De roman Honderd jaar gezelligheid verscheen in 2010, gevolgd door Kinderen van Brezjnev (2014).

winterse buien

 

Sana Valiulina, Winterse Buien

Prometheus, Amsterdam, 2016

ISBN: 9789044629583

220 pagina’s

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s