Ooit waren we één

Tot de bekendmaking van de shortlist (5 titels) op 28 juni 2017 bespreekt Rebecca van Raamsdonk voor Armada een aantal van de 20 genomineerde boeken op de longlist van de Europese Literatuurprijs (www.europeseliteratuurprijs.nl)

Waar ga je heen als je niemand meer hebt? Als de wonden op je lichaam en op je ziel niet meer helen, je familie verdwenen is en je geen noodzaak meer voelt te praten? Naar de plek waar je geboren bent, is het antwoord van Jesús Carrasco (1972) in La tierra que pisamos/De grond onder onze voeten (2016). Het is de tweede roman van de Spaanse schrijver: zijn debuut, Intemperie/De vlucht (2013) – dat boek met die geit op het omslag – was een groot succes, ook in de Nederlandse uitgave. Beide boeken zijn vertaald door Arie van der Wal.

De grond onder onze voeten begint vanuit het perspectief van Eva Holman, de vrouw van een hoge militair. Na de pensionering van haar man zijn ze in bergachtig gebied gaan wonen, een eindje verwijderd van het dichtstbijzijnde dorp. Op een dag treft Eva een vreemdeling in hun tuin aan. Hij slaapt in de tuin, wroet graag in de aarde en zegt helemaal niets. Eva is bang: wat doet die man hier, waar is hij op uit? De autoriteiten verbieden bovendien langdurig contact tussen militairen en ‘inlanders’. Toch verandert Eva’s aanvankelijke angst langzaam in interesse. De man blijkt Leva te heten – of dat is in ieder geval wat Eva verstaat – en heeft gruwelijke dingen meegemaakt.

jesus-carrasco-1455641563690
Jesús Carrasco Foto: Joan Cortadellas

Op het omslag van het boek kijkt een donkere stier je indringend aan. Het beeld (een logische keuze, na het succes van de geit) roept sterke Spaanse associaties op, en samen met de Spaanse achtergrond van de auteur lijkt het daardoor voor de hand te liggen waar het verhaal zich afspeelt. Het tegendeel blijkt waar: het verhaal is weliswaar in Spanje gesitueerd, maar niet in een Spanje dat wij kennen. Het land is ingelijfd bij een groot Europees rijk dat vermoedelijk zijn centrum in het midden van Europa heeft – Carrasco verwijst er simpelweg naar met ‘het Rijk’. De tijd is niet gepreciseerd, maar waarschijnlijk bevinden we ons ergens in de twintigste eeuw. Binnen het verhaal zijn tijdswetten niet dwingend: gebeurtenissen lopen in elkaar over, chronologie is van geen enkel belang. Er gebeurt ook niet zo veel: liefhebbers van duidelijke, gestructureerde verhalen zullen dat voor ze beginnen moeten beseffen.

Kan een roman die zo losjes verankerd is in de wereld zoals wij die kennen dan nog wel iets zeggen over onze verbondenheid met de plek waar we zijn geboren, met de grond onder onze voeten? Jazeker, zo toont Carrasco. In interviews vertelt hij bewust te hebben gekozen voor een niet bestaande periode in de Spaanse geschiedenis. De lezer kan op deze manier geen beroep doen op al bestaande kennis, die de blik op het verhaal kan vertroebelen. Het zorgt voor een bijzondere parallel: de lezer moet de roman behandelen zoals Eva dat met Leva doet, met interesse en sympathie, zonder ooit alle antwoorden te krijgen.

Het verhaal is in het boek van ondergeschikt belang: het verteltempo is traag en het blijft op sommige punten gissen wat Leva precies heeft meegemaakt. Toch is De grond onder onze voeten een mooie, meeslepende roman, want juist door de relatief losse verankering in een ruimte en tijd die wij kennen, kan Carrasco een verhaal vertellen dat tijd en ruimte ontstijgt. Zelden heb ik een boek gelezen dat na afloop nog zo veel mooier is dan tijdens het lezen zelf. Het gaat niet alleen om Eva, om Leva, om de machtsbeluste militairen van het Rijk en hun uitbuiting van het land en de inwoners, maar om universele menselijke eigenschappen. De goede: mededogen, inlevingsvermogen, sympathie, en de slechte: agressie, machtswellust, uitbuiting. De lezer die zich volledig aan Carrasco overgeeft, krijgt er een prachtige leeservaring voor terug.

Leva put troost uit de grond onder zijn voeten, de lezer put hoop uit De grond onder onze voeten. Angst voor de ander kan door interesse in de ander verdwijnen, inlevingsvermogen en mededogen kunnen je in staat stellen dingen te doen die je nooit voor mogelijk had gehouden. De kern van de roman wordt samengevat in de allerlaatste zin. Eva of Leva, dat is niet meer duidelijk: ‘Misschien is het waar wat ze zeggen, dat we ooit één zijn geweest. Niet één lichaam, maar één wezen. Wij, de bomen, de rotsen, de lucht, het water, de werktuigen. De aarde.’ Ook de lezer is even één met het boek.

________________________

Rebecca van Raamsdonk (1990) studeerde Frans, Geschiedenis en Europese Studies en verzorgt met haar eigen bedrijf taal- en cultuurcursussen.

________________________

cover_devlucht

Jesús Carrasco, De vlucht (Intemperie)
Uit het Spaans vertaal door Arie van der Wal.
Meulenhoff, Amsterdam 2013.
ISBN: 9789029091749
224 pagina’s

 

 

 

 

cover_grondonder

 

Jesús Carrasco, De grond onder onze voeten (La tierra que pisamos)
Uit het Spaans vertaald door Arie van der Wal.
Meulenhoff, Amsterdam 2016.
ISBN: 9789029091480

Advertenties

Een gedachte over “Ooit waren we één”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s