Goede vrouw, kwade wolf

Tot de bekendmaking van de shortlist (5 titels) op 28 juni 2017 bespreekt Rebecca van Raamsdonk voor Armada een aantal van de 20 genomineerde boeken op de longlist van de Europese Literatuurprijs (www.europeseliteratuurprijs.nl). Allereerst Edna O’Briens The Little Red Chairs/De rode stoeltjes in de vertaling van Paul Bruijn en Molly van Gelder.

Op 6 april 2017 was het vijfentwintig jaar geleden dat de belegering van Sarajevo begon. Bij het ‘jubileum’ van 2012 werden in de hoofdstraat van de Bosnische hoofdstad 11.541 rode stoeltjes geplaatst, één voor elke gedode inwoner. Aan dit kunstproject ontleende de Ierse schrijfster Edna O’Brien (1930) de titel van haar in 2015 verschenen roman, die in het Nederlands De rode stoeltjes (2016) luidt. Het is een mooi vertelde roman over goed en kwaad, schuld en onschuld, die zich afspeelt in Ierland, Londen en

Ver van de stad van de herdenkingsstoeltjes ligt het fictieve Ierse dorpje Cloonoila, waar nonnen goede daden verrichten en de buurtkroeg nog volstroomt nadat er een vreemdeling is gesignaleerd. De vreemdeling in kwestie heeft een lange, witte baard, zwarte jas en witte handschoenen en stelt zich voor als Dr. Vladimir Dragan, genezer en sekstherapeut. ‘Maar ze kennen me als Vuk,’ zegt de man. ‘Vuk’ betekent wolf in zijn geboorteland Montenegro. Als lezer ben je direct op je hoede voor een wolf in schaapskleren, maar barman Dara voelt de neiging om te knielen voor deze zelfverklaarde heilige en luistert met volle aandacht als de man vertelt over het ‘onmiskenbare verband tussen Ierland en de Balkan’. Ook veel van Dara’s dorpsgenoten kijken verwachtingsvol uit naar de veranderingen die Dr. Vlad, zoals hij door hen wordt gedoopt, zou kunnen brengen.

Het is duidelijk op wie het personage van Dr. Vlad is geïnspireerd: Radovan Karadžić, de lang voortvluchtige president en bevelhebber van de Servische troepen tijdens de Bosnische Oorlog. Pas in 2008 werd hij gevonden. Hij bleek jarenlang onder de naam Dragan Dabić en met een lange baard en grijs haar als alternatief genezer gewerkt te hebben. O’Brien schrijft een fictief verhaal over de man die uiteindelijk in 2016 door het Joegoslaviëtribunaal tot veertig jaar cel werd veroordeeld. Haar verhaal komt niet in de buurt van de Balkan, maar weet desondanks – of juist daardoor – op prachtige wijze de essentie te raken: het kwaad en de aantrekkingskracht daarvan.

De roman bevat veel personages en wordt verteld vanuit verschillende perspectieven, maar de hoofdpersoon is de veertigjarige Fidelma McBride, een dorpsschone uit Cloonoila. Ooit was ze de eigenaar van een modieuze kledingwinkel die klanten uit de wijde omgeving trok, maar de komst van de snelweg bracht daar verandering in. Ze wil graag een kind, maar met haar twintig jaar oudere man lukt dat niet. Ze raakt in de ban van Dr. Vlad en smeekt hem om een kind. Hij ‘helpt’ haar. Wanneer Dr. Vlad als oorlogsmisdadiger wordt ontmaskerd, is Fidelma tien weken zwanger.

Vanaf dat moment draait het om de vraag of Fidelma – die wegvlucht uit het dorp en onderduikt in Londen – mede schuld draagt aan Dr. Vlads misdaden of op zijn minst aan het normaliseren daarvan. Ze wist niets van zijn oorlogsverleden, maar heeft ‘het gevoel dat ik door mijn relatie met hem medeplichtig ben aan al die afschuwelijke dingen’. Werd ze inderdaad aangetrokken door het kwaad, of zou zelfs het kwaad goede kanten kunnen hebben? En hoe zit het met het ongeboren ‘wolfsjong’, het ‘zondig klontertje’ in haar buik?

EdnaO'Brien_foto_FrankMiller

Er zijn uiteraard geen simpele antwoorden en O’Brien probeert die ook niet te geven. In het tweede deel van de roman blijven de grote vragen rondom schuld, goed en kwaad terugkomen. Handelingen worden gespiegeld, vragen herhaald, en werpen zo nieuw licht op de kwesties. Het enige wat O’Brien écht duidelijk lijkt te willen maken is dat een vorm van boetedoening noodzakelijk is voor (zelf)vergeving. Zonder rekenschap over het verleden is er geen mogelijkheid voor een vreedzame toekomst.

De Nederlandse zinnen lopen soepel en ongekunsteld, en de rijkdom van deze haarscherpe roman komt voorbeeldig tot zijn recht in de vertaling. Toch verschilt de Nederlandse leeservaring van de Engelse. Als Fidelma naar Den Haag afreist om het proces bij te wonen en Dr. Vlad opzoekt in de gevangenis van Scheveningen, voegt O’Brien een exotisch tintje aan haar verhaal toe door voor ‘The Hague’ enkele malen de Nederlandse benaming te gebruiken. Een van de laatste hoofdstukken heet zowel in de Engelse uitgave als in de Nederlandse ‘Bar Den Haag’. Ze gebruikt nog enkele andere Nederlandse woorden: Dr. Vlad roept bijvoorbeeld ‘uit, uit’ als hij genoeg heeft van Fidelma’s bezoek. Voor de Engelse lezer zijn de woorden en schrijfwijzen misschien mysterieus, maar bij de Nederlandse lezer zorgen ze juist voor herkenning. Dat neemt niet weg dat O’Brien met The Little Red Chairs/De rode stoeltjes een indrukwekkende roman heeft geschreven, die, mede dankzij de voortreffelijke vertaling, zeker een kanshebber is voor de Europese Literatuurprijs.

_____________________________

Rebecca van Raamsdonk (1990) studeerde Frans, Geschiedenis en Europese Studies en verzorgt met haar eigen bedrijf taal- en cultuurcursussen.

Fotograaf hoofdbeeld: Amel Emric, auteursportret: Frank Miller

_____________________________

cover_DeRodeStoeltjes
Edna O’Brien, De rode stoeltjes (The Little Red Chairs)
Vertaald uit het Engels door Paul de Bruijn en Molly van Gelder
De Bezige Bij, Amsterdam, 2016
ISBN: 9789023499855
288 pagina’s

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s