Een zeventiende-eeuwse vlucht naar Holland

‘De calvinisten die in 1620 scheep gingen op de Mayflower weigerden het gezag van de Anglicaanse kerk, de Engelse staatskerk, te aanvaarden. Omdat Engeland geen vrijheid van godsdienst kende, werden ze voortdurend lastig gevallen en zelfs vervolgd. Uiteindelijk besloten ze om Engeland te verlaten en vestigden zij zich eerst, in 1608, in de Republiek der Verenigde Nederlanden, waar wel godsdienstvrijheid bestond, om vervolgens in 1620 via Engeland naar Noord-Amerika te vertrekken.’

Download hier het essay van Hans Bertens als pdf.

Door Hans Bertens

Afbeelding: ‘De eerste Thanksgiving (1621)’, Karen Rinaldo

Iedere Amerikaan kent het verhaal van de Mayflower, het schip dat in 1620 een groep calvinistische Engelsen, zogeheten puriteinen, naar het toen nog vrijwel onbekende Noord-Amerika bracht. De ruim honderd opvarenden van de Mayflower, van wie niet meer dan de helft de eerste winter overleefde – ze waren onbedoeld aan land gekomen in Massachusetts, dat barre winters kent – waren niet de eerste Engelsen die zich in Noord-Amerika trachtten te vestigen, maar in de Amerikaanse geschiedenis, en zeker in de Amerikaanse mythologie, hebben ze een ereplaats. (Zo gaat bijvoorbeeld Thanksgiving op hen terug.) Een eerdere poging om een kolonie in het huidige Virginia te vestigen was mislukt – toen de kolonisten na een paar jaar bevoorraad zouden worden bleken ze allemaal spoorloos verdwenen – en een tweede nederzetting, ook in Virginia, leidde een kwakkelend bestaan. Maar de komst van de Mayflower zou grote gevolgen hebben.

De calvinisten die scheep gingen op de Mayflower weigerden het gezag van de Anglicaanse kerk, de Engelse staatskerk, te aanvaarden. Omdat Engeland geen vrijheid van godsdienst kende, werden ze voortdurend lastig gevallen en zelfs vervolgd. Uiteindelijk besloten ze om Engeland te verlaten en vestigden zij zich eerst, in 1608, in de Republiek der Verenigde Nederlanden, waar wel godsdienstvrijheid bestond, om vervolgens in 1620 via Engeland naar Noord-Amerika te vertrekken.
Toen in de loop van de jaren 1620 de Engelse overheid steeds repressiever optrad begonnen ook die calvinisten die, zij het met grote tegenzin en uitsluitend formeel, wel het gezag van de Anglicaanse kerk erkenden te denken over emigratie, en bijna vanzelfsprekend dachten zij daarbij in eerste instantie aan Massachusetts, waar een aantal geloofsgenoten inmiddels een redelijk succesvolle kolonie had weten op te bouwen. Dat leidde tot een grootscheepse migratie: tussen 1628 en 1640, toen de calvinisten onder Cromwell de macht grepen in Engeland en de vervolging ten einde kwam, waagden ruim 20.000 over het algemeen redelijk bemiddelde Engelse calvinisten de ongewisse overtocht naar Massachusetts, waar ze in verbazend tempo een eigen samenleving inrichtten. Boston, genoemd naar een stadje in het noordoosten van Engeland, de streek waar de meeste migranten vandaan kwamen, werd gesticht in 1630. Cambridge, aan de overkant van de Charles River, volgde in 1631, en al in 1636 werd daar Harvard College, de nu wereldberoemde Harvard University, gesticht. De eerste drukpers werd in 1638 in bedrijf genomen en bracht twee jaar later al een boekje uit dat generaties lang in elk huishouden in de snel groeiende Massachusetts Bay Colony aanwezig zou zijn, het Bay Psalm Book, een nieuwe (en nogal onbeholpen) berijming van de psalmen. (Ter vergelijking: in Virginia begon de eerste, nog volledig door de Engelse overheid gecontroleerde drukpers pas te draaien in 1728.)
Hoewel dat zeker geen verplichting was, hadden de meeste uitgaven van de in Boston gevestigde drukkers een religieuze inslag, zoals het befaamde New England Primer, een met calvinistische leerstellingen doorspekte methode om jonge kinderen het alfabet bij te brengen, waarvan uiteindelijk meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank zouden gaan.
In de loop van de zeventiende eeuw ontwikkelde zich zo rond Boston een krachtige, zij het uitsluitend op het woord gerichte cultuur, die tot diep in de negentiende eeuw de Amerikaanse literatuur zou bepalen: Ralph Waldo Emerson, Henry David Thoreau en Nathaniel Hawthorne woonden alle drie op een steenworp afstand van Boston en Herman Melvilles Moby-Dick werd pas het meesterwerk dat het zou worden toen hij in Massachusetts Hawthornes buurman werd en diep onder diens invloed raakte.

Maar terug naar de Mayflower. Iedere Amerikaan weet ook dat de puriteinen zich weliswaar in Engeland hadden ingescheept maar in feite naar de Nieuwe Wereld migreerden vanuit de Republiek der Verenigde Nederlanden, nadat ze twaalf jaar daarvoor vanuit het noorden van Engeland de Noordzee waren overgestoken om hun heil te zoeken bij hun collega-calvinisten aan de overkant. De lotgevallen van die eerste groep puriteinen zijn opgetekend door de man die dertig jaar hun leider was, William Bradford, in Of Plimouth Plantation, een in sobere stijl geschreven verslag dat door omstandigheden pas in 1856 werd gepubliceerd, hoewel het na Bradfords dood in 1657 in ruime kring had gecirculeerd.
Of Plimouth Plantation verhaalt allereerst over de omstandigheden die de puriteinen ertoe zullen brengen om Engeland te verlaten. Nadat in de loop van de zestiende eeuw Engeland door de afscheiding van Rome in eerste instantie gered leek van ‘yt grosse darkness of popery which covered & overspred ye Christian worled’ – die grote duisternis van de pauselijke afgoderij (het katholicisme) die zich over de christelijke wereld had verspreid – gaat Satan in de tegenaanval om te voorkomen dat ‘ye churches of God reverte to their anciente puritie, and recover their primative order, libertie, & bewtie’ (zoals gebruikelijk in zijn tijd spelt Bradford ‘the’ als ‘ye’ en ‘that’ als ‘yt’). En Satan slaagt er ook grotendeels in om te voorkomen dat het ware, oorspronkelijke christendom in ere hersteld kan worden. De Anglicaanse kerk blijft een hierarchische, episcopale organisatie – ‘affter ye popish maner’, zoals Bradford met afgrijzen opmerkt – en haar dienaren alsook de Engelse overheid beginnen de calvinistische geloofsgemeenschap, die zich als voortzetting van de eerste christelijke gemeenten ziet, op tal van manieren lastig te vallen: ‘they proceeded by all means to disturb ye peace of this poor persecuted church’, soms zelfs met beschuldigingen van oproer en hoogverraad. En alsof dat niet genoeg is krijgen de calvinisten ook nog een gehate scheldnaam: ‘And to cast contempte the more upon ye sincere servants of God, they opprobiously & most injuriously gave unto, & imposed upon them, that name of Puritans.’

Als er bezittingen worden geconfisqueerd en er geloofsgenoten vanwege de openbare belijdenis van hun geloof gevangen worden gezet is de maat vol en besluit een aantal groepen calvinisten te emigreren naar ‘ye Low Countries, wher they heard was freedome of Religion for all men’. Niet dat de beslissing om Engeland te verlaten lichtvaardig genomen werd: ‘But to goe into a country they knew not (but by hearsay), wher they must learne a new language, and get their livings they knew not how, it being a dear place, & subjecte to the miseries of warr, it was by many thought an adventure almost desperate, a case intolerable, & a misserie worse than death.’ Wat die oorlogsdreiging betreft zat het deze Engelse calvinisten mee, want in 1609 ging het Twaalfjarig Bestand in, maar in andere opzichten bleek al snel dat ze de gevaren van emigratie niet hadden onderschat.
Omdat de Engelse overheid hen niet wilde laten vertrekken moest dat in het geheim gebeuren. Er bleken schippers te vinden die hen clandestien naar de Republiek wilden brengen, maar die vroegen niet alleen ‘exterordinarie rates’ voor de overtocht maar bleken bovendien vaak onbetrouwbaar. Bradford geeft een schrijnend voorbeeld van die onbetrouwbaarheid. Een flinke groep puriteinen heeft een heel schip afgehuurd dat hen van Boston (in Lincolnshire) naar de Republiek zal brengen. In het holst van de nacht gaan ze met al hun bezittingen aan boord. ‘But when he had them & their goods abord, he betrayed them, haveing before hand complotted with ye serchers & other officers so to doe; who tooke them, and put them into open boats, & ther rifled & ransaked them, searching them to their shirts for money, yea even ye women furder than became modestie; and then carried them back into ye towne, & made them a spectackle & wonder to ye multitude.’ De perfiditeit van deze schipper, die we nu een mensensmokkelaar zouden noemen, komt ons bekend voor. Gelukkig worden zij door de magistraten die zich over hun zaak moeten buigen met clementie behandeld en mag de grote meerderheid na een maand gevangenschap naar huis, waar een aantal van hen onmiddellijk begint met de voorbereiding van een volgende poging.

Die poging vindt plaats in het voorjaar, als het gevaar van herfst- en winterstormen geweken lijkt te zijn. Ze hebben nu een schipper uit de Republiek in de arm genomen, ‘having a ship of his owne belonging to Zealand’, in de hoop ‘to find more faithfulness in him, then in ye former of their owne nation’. Deze schipper stelt hen inderdaad niet teleur en begint de groep aan boord te nemen in de monding van de rivier de Humber wanneer er een kennelijk gealarmeerde en zwaarbewapende compagnie gezagsdragers opduikt. De schipper vloekt – ‘swore his countries oath, “sacremente”’ – licht het anker en zeilt weg om te voorkomen dat zijn schip in beslag genomen wordt, maar laat daarbij noodgedwongen een flink deel van de groep, waaronder vooral vrouwen en kinderen, achter op de oever. De mannen die al aan boord zijn zien radeloos hoe hun gezinsleden worden weggevoerd maar kunnen niet weer aan land worden gebracht. En dan breekt er toch nog een hevige storm los die hen uit de koers slaat, tot vlak bij de Noorse kust, en zelfs bijna doet vergaan. Maar dankzij intense gebeden, zo meldt Bradford, wordt hun dat lot bespaard. En dat niet alleen, uiteindelijk slagen ook de achtergeblevenen erin om in kleine groepjes de Republiek te bereiken – ‘they all gatt over at length, some at one time & some at an other’ – en worden daar vreugdevol herenigd met hun geliefden.
Maar dan begint het leven als migrant pas echt. Afkomstig van het Noord-Engelse platteland kijken zij de ogen uit: ‘Being now come into ye Low Countries, they saw many goodly & fortified cities, strongly walled and garded with troopes of armed men. Also they heard a strange & uncouth language, and beheld ye differente maners & customes of ye people, with their strange fashons and attires; all so farre differing from yt of their plaine countrie villages.’ Maar hoe moeten zij in deze ‘faire & bewtifull cities, flowing with abundance of all sorts of welth & riches’ overleven? Zij spreken de taal niet en de kennis die zij meebrengen is in deze stedelijke omgeving van weinig waarde. Het lukt hen dan wel een nieuw leven op te bouwen, maar alleen ‘with hard and continuall labor’, met inspanningen die hen naar hun eigen overtuiging vroegtijdig oud maken.
Een positief punt, naast alle ellende, is dat zij volgens Bradford in Leiden, waar zij zich na een kortstondig verblijf in Amsterdam hebben gevestigd, vrijwel onmiddellijk worden gerespecteerd: ‘if they were known to be of yt congregation, the Dutch (either bakers or others) would trust them in any reasonable matter when they wanted [gebrek hadden aan] money. Because they had found by experience how careful they were to keep their word.’ Bradford vertelt ook met een zekere (maar uiteraard bescheiden-calvinistische) trots hoe deze Engelse calvinisten door de Leidenaren al snel in gunstige zin worden vergeleken met de Waalse geloofsgemeenschap die berucht is om haar onderlinge gekrakeel en hoe hun voorganger, dominee Robinson, wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de debatten tussen de plaatselijke gomaristen en arminianen, waarbij Bradfords verwijzing naar ‘de waarheid’ duidelijk maakt dat Robinson de kant van de gomaristen koos (die de calvinistische predestinatieleer verdedigden): ‘it procured him [Robinson] much honour & respecte from those learned men & others which loved ye trueth.’

Maar het respect dat zij afdwingen weegt niet op tegen de teleurstellingen. Het zware bestaan in de Republiek en de andere ongemakken die met emigratie gepaard gaan leiden ertoe dat sommige geloofsgenoten de groep verlaten en terugkeren naar Engeland, terwijl veel van degenen die zich oorspronkelijk bij hen zouden voegen daarvan terugkomen op grond van wat ze over het leven in de Republiek horen: ‘they admitted of bondage, with danger of conscience, rather then to indure these hardships; yea, some preferred & chose ye prisons of England, rather than this libertie in Holland, with these afflictions.’ Bradford laat zich op goed calvinistische wijze niet in met emoties, behalve als er reden is om de Heer te prijzen, maar de gewetensnood laat zich hier tussen de regels lezen.
Maar naast de teleurstellingen is er ook nog een acuut gevaar, en het is dat gevaar dat Bradford en de zijnen er uiteindelijk toe brengt om de gevaarlijke tocht naar de Nieuwe Wereld te wagen. De Republiek mag dan geloofsvrijheid bieden, zij biedt daarnaast ook vrijheden waar deze calvinisten (en zonder twijfel ook hun Hollandse geloofsgenoten) minder van gediend zijn. En het zijn deze verleidingen die met name het jonge volk van het rechte pad dreigen te brengen: ‘But that which was lamentable, and of all sorowes most heavie to be borne, was that many of their children, by these occasions, and ye great licentiousness [vrijgevochtenheid] of youth in ye countrie, and the many temptations of the place, were drawne away by evill exampels into extravagante & dangerous courses.’ Bedreigingen voor het zieleheil van hun kinderen liggen overal op de loer: ‘Some became souldiers, others tooke upon farr viages by sea, and other some worse courses, tending to dissoluteness [zedeloosheid] & the danger of their soules.’ Net als de andere gevaren en teleurstellingen waar Bradford gewag van maakt komt ook deze vrees voor assimilatie ons bekend voor.

In het besef dat permanente vestiging in de Republiek wel eens het einde van hun geloofsgemeenschap zou kunnen inluiden nemen Bradford en de zijnen het radicale besluit om zich van zowel vervolging als verleiding te vrijwaren in Noord-Amerika – een besluit dat zo ingrijpend is dat wij, die in acht uur naar Boston vliegen, ons daar geen voorstelling van kunnen maken. De Mayflower, door stormen uit de koers geslagen, zou er vijfenzestig dagen over doen om de kust van Massachusetts te bereiken. Wat de puriteinen daar wachtte is weer een ander verhaal, te lang om hier te vertellen.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s