Beriggie #6: A Poet’s Business

Op feestjes krijg ik regelmatig de vraag wat mijn promotie-onderzoek in Zuid-Afrika tot nu toe heeft opgeleverd. Ik antwoord soms dat ik erachter ben gekomen dat luciferdoosjes, onafhankelijk van het merk of het formaat, overal ter wereld eenzelfde lengte-breedteverhouding hebben, namelijk de gulden snede. Dat lijkt me voor een feestje beslist een geschikter antwoord dan een exposé over het nut van niet-gestandaardiseerde papierformaten bij de datering van oude teksten – wat ik in de praktijk doe.

Zuid-Afrikanen hebben andere ideeën over (oude) literatuur dan de gemiddelde Nederlander. Regelmatig volgt de vraag of ik die-en-die opkomende en vaak sociaal kritische schrijvers ken (doorgaans niet), of word ik getrakteerd op een kwatrijn 19de-eeuws oud-Afrikaans-half-Nederlands wat op de middelbare school van een trotse Afrikaansdocent uit het hoofd geleerd moest worden (maar mij niks zegt).

Is mijn gesprekspartner blank, dan krijg ik vaak een naam waarmee ik iets kan: N.P. van Wyk-Louw, Breyten Breytenbach of soms Elisabeth Eybers of zelfs Hennie Aucamp. Ken ik de genomineerde niet dan kan ik de naam doorgaans nog onthouden. Veel lastiger is het wanneer mijn gesprekspartner of colour is (en op een hoofdzakelijk niet-blanke school heeft gezeten). Ik moet dan toegeven dat mijn Europese geest minder geprogrammeerd is voor namen als Zukiswa Wanner en Thabiso Mohare (en schiet snel de barman aan om een pen en een viltje).

De avond met Thabiso was een interessante. Ik kende hem niet. Toen ik hem vroeg wie zijn favoriete dichter was, noemde hij zichzelf. Ik peilde hem. Iets zei me dat hij het meende.

Thabiso heet op het podium Afurakan. Ik kijk hem vragend aan. Hij fluistert ‘slam poet’, en ik mompel iets over street poets. Thabisho is bloedserieus als hij zich naar me toe buigt en zijn handen vouwt. ‘Look. It’s been misunderstood. Street poet is a safe term for those who don’t know what to do with a poet that’s not an academic’. Ik denk na. Gorter, Leopold, Gerhardt… allemaal classici en nog bekenden van elkaar ook. Van Wyk-Louw, Breytenbach, Eybers… Veel van de gevestigde namen in de poëziegeschiedenis zijn inderdaad academici of hebben gestudeerd.

Thabiso legt uit wat hij bedoelt. Zuid-Afrika had orature before literature; vertelkunst bestond lang vóór de komst van schrijftaal. De lokale bevolking had een rijke vertelcultuur van mythen die al eeuwenlang van generatie op generatie waren doorverteld toen Jan van Riebeeck in 1652 aankwam en uit Europa het schrift meebracht. Voor Thabiso is het gesproken woord tijdloos en rangloos. Wanneer je in Zuid-Afrika een onbekende ontmoet die dezelfde verhalen kent als jij, voel je je thuis, zegt hij. Dat is heel wat anders dan de platte luchtballondromen waarmee de popcultuur en media de wereld overspoelen. ‘Young writers are taking orature into the 21st century. They are reclaiming and owning the definition of a poet’.

De man heeft een visie, besluit ik. In het westen krijgt orature op zijn best een plek als voorloper van schrifttradities: verhalen van primitieve volkeren zonder schrift. Thabiso maakt me ervan bewust dat poetry slam in Zuid-Afrika misschien niet zo nieuw is als ik in Nederland ooit dacht, en misschien heel anders functioneert.

8.2 afurakan

Ik ben een aantal keer bij poetry slam-avonden geweest in Kayamandi, het township van het dorp Stellenbosch. Mensen van pakweg 20 of 30 jaar nemen de tijd om gedichten te schrijven, dragen met hart en ziel voor en trekken een uitbundig publiek. Toegegeven, de zaal is niet van het formaat Paradiso en ik heb op de maandelijkse poetry slam in Kayamandi nog weinig blanke gezichten op het podium gezien, maar des te meer in het publiek.

Er wordt volop geëxperimenteerd en geageerd tegen de gevestigde orde. Vaak moet president Zuma het ontgelden en zijn er verhalen van herkomst, onderdrukking en ongelijkheid. Sommigen rappen hun gedicht, anderen declameren, weer anderen zweven door de regels. Geen van allen zijn ze bang om in hun eigen taal te slammen (is daar eigenlijk een Nederlands woord voor?). Ik denk aan Gorter en Gerhardt en voel me een beetje als een stijve westerling op een swingend Surinaams feestje: soepel binnen een aangeleerd ritme.

Ik bedenk dat alles in Zuid-Afrika altijd een component huidskleur en Europa vis-à-vis Afrika bevat maar bedenk ook dat dit misschien is waar poetry slam vandaan komt, maar niet waar het op uit is. The world will always need words, zoals Thabiso zegt.

Hij leunt inmiddels ontspannen achterover en pakt een sigaret maar ik bedank beleefd. Hij zoekt in zijn jasje en kijkt op. Met een knipoog vraagt hij me of ik niet zo’n mooi, academisch luciferdoosje bij me heb en wie eigenlijk mijn favoriete dichter is.

__________________________

De 33-jarige Thabiso heeft in 2010 een denktank opgericht, Word N Sound Live Literature. Er lopen projecten op scholen, het Britse Council for the Performative Arts organiseert uitwisselingen en momenteel komen slam-artiesten uit Europa aftasten hoe ver de grenzen in Zuid-Afrika reiken.

Lees interviews, bekijk video’s van optredens en volg de ontwikkelingen rondom Thabiso op https://wordnsoundlivelit.wordpress.com/

Portret Thabiso Mohare: EstrellaLOVE Photography.

afurakan_poster

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s