Henk van der Liet: De stad is een gat. Rap, slam en hiphop uit postcode 2400 NV

Download het essay van Henk van der Liet over Raske Penge

De afgelopen tijd is in Denemarken een sterk groeiende belangstelling voor poëzie waar te nemen. Dat blijkt niet alleen uit de aandacht die er in de pers is voor met name de nieuwe generatie dichters, maar vooral uit het succes dat ze blijkbaar bij hun lezers hebben. De dichter, rapper en dj Raske Penge is één van de opvallendste dichter-performers van dit moment.

Een van de markantste jonge Deense dichters is Yahya Hassan wiens gelijknamige debuutbundel in oktober 2013 verscheen en in korte tijd zo ongeveer alle verkooprecords voor poëzie in de Deense literatuurgeschiedenis heeft gebroken. Hassan (1995) werd in Denemarken met literaire prijzen overladen en daarnaast is hem de uitzonderlijke eer te beurt gevallen dat zijn debuutbundel meteen in meerdere talen vertaald werd, zelfs in het Nederlands,[1] bij mijn weten een unicum.

Maar Yahya Hassan is bepaald niet de enige opvallende dichter van de laatste jaren. Ook Asta Olivia Nordenhof (1988), Theis Ørntoft (1984), Amalia Smith (1985), Christina Hagen (1980) en Bjørn Rasmussen (1983) maken furore met hun poëzie, maar ook met hun optredens in de media en op festivals, et cetera. Bovendien weten ze met hun blogs en andere projecten nieuwe generaties voor de poëzie in het algemeen te interesseren en met hun werk een groot publiek te bereiken. Poëzie blijkt ineens vreselijk hip en cool te zijn. Dat deze opleving – in een tijd waarin er ook veelvuldig over ‘ontlezen’ wordt gesproken – iets te maken zou kunnen hebben met de grote belangstelling onder jongeren voor muziekstijlen als rap en hiphop enerzijds en uitdrukkingsvormen als stand up, battles en poetry slam anderzijds, lijkt voor de hand te liggen. Het valt in elk geval op dat veel jonge dichters uitdrukkelijk aandacht besteden aan hun performance, zowel on stage als daarbuiten.

 

Raske Penge

Een van de opvallendste dichter-performers van de laatste jaren is een zekere Raske Penge, het pseudoniem waarachter de dichter-rapper en dj Rasmus Poulsen (1977) schuil gaat. De artiestennaam Raske Penge (niet toevallig met de zelfde beginletters als zijn echte naam) is een aardig woordspel, dat zowel iets oubolligs als iets hips in zich verenigt, want in het Deens roept de uitdrukking ‘raske drenge’ enerzijds wat stoffige associaties op als in: ‘Jongens van Jan de Wit’, ‘gezonde knapen’ et cetera, maar anderzijds kan ‘rask’ ook ‘vlug’ of ‘snel’ betekenen, en dan heb je het over iets heel anders, namelijk ‘snel geld’. Ook kan ‘raske penge’ een intertekstuele associatie oproepen met het Deense volkslied, Der er et yndigt Land (1819), waarin de uitdrukking ‘Raske Svende’ voorkomt, zoiets als ‘stoere jongens, ferme knapen’.[2]

Raske Penge is op meerdere artistieke fronten tegelijkertijd actief: zo maakt hij niet alleen gebruik van een heel ‘eigen’ taal waarin Deens, gemixt wordt met slang en woorden uit de talen van immigranten, maar speelt hij ook met allerlei vormen van beeld en geluid. Vandaar ook dat veel van zijn werk, net als dat van veel andere ‘dichter-performers’ voornamelijk via YouTube en andere elektronische kanalen wordt verspreid en in mindere mate in de traditionele gedrukte vorm het publiek bereikt. Dat wil echter niet zeggen dat het échte, fraai vormgegeven en gebonden boek helemaal door deze kunstenaarsgeneratie is afgezworen. Integendeel, maar naast het boek zijn er nieuwe kanalen bij gekomen, waaronder sociale en multimediale platforms.[3]

Vanzelfsprekend is veel van de muziek- en de beeldcultuur waar multikunstenaars als Raske Penge gebruik van maken geïnspireerd – en ten dele ook direct geïmporteerd – vanuit de Verenigde Staten. Maar tegelijkertijd geven ze door het spelen met de taal en het tonen van het engagement voor hun maatschappelijke omgeving aan deze internationale – en geglobaliseerde – cultuur een eigen draai. Deze multimediale cultuur is tevens een verschijnsel waarmee je als docent van een vreemde taal, in mijn geval het Deens, heel direct aan kunt sluiten bij de leefwereld en de culturele consumptiepatronen van jongeren in casu bachelorstudenten. Door niet alleen het soms moeilijk toegankelijke literaire erfgoed als uitgangspunt te nemen, maar bij het doceren over literatuur (ook) te kiezen voor teksten en literaire verschijnselen die heel dicht bij deze jonge studenten zelf staan, kunnen ze via een andere weg kennismaken met de te bestuderen taal, literatuur en cultuur.

Dit essay is een uitvloeisel van deze benaderingswijze uit de praktijk. Samen met enkele bachelorstudenten[4] Deens heb ik een van de teksten van Raske Penge onder de loep genomen, met het doel de tekst te begrijpen en er vervolgens een adequate Nederlandse vertaling van te maken.

De keuze viel op ‘Bor her’ (‘Woon hier’), een tekst die je niet los kunt zien van een gelijknamig filmpje op YouTube,[5] en we hebben ons dan ook met zowel tekst, beeld als geluid beziggehouden. Als uitgangspunt namen we de tekstversie op de website van de dichter, die iets afwijkt van de tekst onder het filmpje.[6]

 

WOON HIER

Ik woon in een dorp in een grote stad,
daar hebben we kebab
die alles slaat,
wat je ooit hebt gesmaakt.
Ik ben een van de lokalen, gewoon daar waar ik woon.
Ik ben een van de normalen, gewoon daar waar ik woon.
Niemand heeft met mij problemen, daar waar ik woon.
Soms komt iemand bij me chillen, daar waar ik woon.

Laat me je wat over mijn buurt vertellen.
Ik noem het de mijne, omdat ik er woon.
Maar voor sommigen is het ‘mijne’ niet genoeg.
Zij zeggen zelfs dat zij het hier bepalen.
Al die levensmoeie types willen een kroeg,
maar cafés zijn er hier genoeg.
Massa’s speelhallen en kappers op ’n rij.
Nachtwinkel met drank en rookgerei.
Maar er is geen plek voor verklikkers in Noord-Kogelvrij.
Spijkerjekker wordt de volgende die lucifers krijgt,
Je kunt hier zonder bonnetje beuren,
Je auto in de hens als je pech hebt,
brommers die langs de deuren scheuren.

Massa’s open gaten en garagebedrijven
en communisten die stug blijven geloven.
Het is er nog niet zo gelikt. Nog steeds lokaal en internationaal.
Groentjes denken dat er iets is mis gegaan.
Maar alle wereldtalen komen in bus 5A te saam.
De sfeer is salaam, met lekkers van de Febo.
Je hebt er Smeris, 52 en Ego.
En Café Montenegro, in 24-dubbel-0.

Gokkasten bij alle sigarenboeren.
Sommigen haten de punkers
en de losers en de gebruikers
en de moslims en de leren jekkers.
Die fucking gasten, die de oudjes para maken.
Maar gelukkig is hun tijd nu voorbij
en kunnen we ze nu stoppen.
Dorpsgekken in de huizenblokken.
Stoonde types op straat.
Bezig met van alles waar ik niks van wil weten.
Bands die oefenen voor een plaat.
En in een van de keten
worden wat jointjes opgestoken,
en wordt er een tune gemaakt, over hoe ’t nu gaat.

Noordwest is een dorp in een grote stad,
daar hebben we kebab die alles slaat,
wat je ooit hebt gesmaakt.
(Ik ben een van de lokalen, etc.)

Eyo, ik kom niet van hier, maar nu is ’t mijn plek.
En ik huil om elke trieste smiley en elke dooie gek.
Velen van ons moeten zich zo in Bispebjerg voelen.
We zijn ergens anders geboren, maar naar hier gekomen.
Zelf kom ik uit dat Jutlands land.
Maar ik ben prima geïntegreerd en tiptop in staat
om me aan te passen aan de massa, hier
bij de mensen met een van de laagste
levensverwachtingen van het land.

Er zijn paaldansstudio’s in m’n buurt.
En een Koranschool om de hoek.
En een jeugdhonk naast de pomp van Shell.
En in de Snoepfabrieken doen de hippies ’t zelf.
Sommigen, die zich wat onveilig voelen,
zitten daarom maar thuis te koekeloeren.
Maar ik hou van de drukte op Smedetoft.
Waar zelfs een slap vrijdaggebed voor file zorgt.

Je kan er heroïne krijgen, als je d’r verslaafd aan bent.
En naar Clean House om er weer vanaf te komen.
Ik heb ook gehoord dat er hi-life bij de Night Glass was
en over zware shit ginds op Hulgårdsplads.

Ik woon in een dorp in een grote stad,
daar hebben we kebab die alles slaat,
wat je ooit hebt gesmaakt.
(Ik ben een van de lokalen, etc.)

 

Centrum en periferie

Het is duidelijk aan de tekst van Raske Penge te zien, maar ook te horen aan zijn muziek en op te maken uit de beelden die te zien zijn in het YouTube-clipje, dat de wereld waar de tekst naar verwijst die van de grote stad is. Tekst, beeld en geluid wijzen samen eenduidig in de richting van de moderne urbane cultuur, met flats, portiekwoningen, verkeersdrukte, graffiti op de muren, allerlei verschillende bevolkingsgroepen, et cetera. Tegen dit decor snijdt ‘Bor her’ de grote vragen van deze tijd aan: wie ben ik? Wat is mijn identiteit en waar hoor ik thuis? Bestaat er nog wel zoiets als één identiteit en kun je je nog wel ergens écht thuis voelen? Als een logisch gevolg van deze vragen, gaat de tekst ook over integratie, (in)tolerantie en culturele diversiteit. Allemaal kwesties die belicht worden vanuit het perspectief van een ik-verteller die in een grote stad woont, maar zich binnen die urbane werkelijkheid identificeert met – en houvast zoekt binnen – een duidelijk afgebakend gebied. Hij doet een poging om binnen die stedelijke ruimte samen met allerlei andere groepen en individuen een plek te vinden en zich daar ‘thuis’ te voelen. Maar dat proces van toeëigening kan blijkbaar pas op gang komen als de wereld eerst van grenzen is voorzien en verdeeld is tussen ‘wij’ en ‘zij’. Of, om de woorden van de cultuurfilosoof Jury Lotman te gebruiken: ‘[E]very culture begins by dividing the world into “its own” internal space and “their” external space.’[7]

Als een soort tegenbeweging tegen de steeds anoniemer en internationaler wordende wereld laat Raske Penge zijn ik-verteller – die volgens het filmpje op YouTube tevens zijn alter ego is – zijn eigen buurt beschrijven als een dorp in de chaos van de grote stad. De kijker wordt door middel van een aantal snel achter elkaar gemonteerde en ritmisch verspringende beelden – ondersteund door de syncoperende beat die eronder is gemonteerd – meegevoerd op een guided tour door het stadsdeel Nordvest.

Binnen de wereldstad Kopenhagen is Nordvest – een met de postcode 2400 NV aangeduid gebied – de plek van waaruit de ik-verteller de wereld bekijkt en waar zijn normsysteem op berust. Raske Penge laat je het ‘andere Kopenhagen’ zien, dat wil zeggen de stad die je als toerist nooit te zien krijgt. In tegenstelling tot wat je gewend bent laat hij niet het centrum zien, maar juist de periferie, de buitenwijken. Nordvest is zo’n buitenwijk, die veel minder bekend en prestigieus is dan het stadscentrum, waar zich traditioneel de macht, het gezag (gemeentehuis, parlement, rechtbank), het kapitaal (banken) en de cultuur (theaters, kranten, uitgevers) bevinden.

De rollen zijn bij Raske Penge omgedraaid, het centrum is als het ware onzichtbaar gemaakt en alle aandacht gaat uit naar de periferie. Dit laat het clipje goed zien, maar ook in het gedicht zelf wordt dit heel knap gedaan door te verwijzen naar de vele verschillende talen die je hoort op buslijn 5A, want deze snelbus vormt een directe verbinding tussen Nordvest en Kastrup, de internationale luchthaven van Kopenhagen.[8] Door de vele immigranten en talen die je in de bussen op deze lijn kunt zien en horen, is Nordvest direct verbonden met de rest van de wereld. Je kunt – bijna letterlijk – de stad Kopenhagen links laten liggen en direct vanuit Nordvest naar het buitenland vertrekken – een échte global village dus.

Dat dit internationalisme ook invloed heeft op de manier waarop Raske Penge met de Deense taal omgaat, blijkt uit uitdrukkingen als: ‘de sfeer is salaam’ (‘atmosfæren er salaam’) en ‘die fucking gasten’ (‘fucking fløj’). Hij lapt soms ook de grammatica aan zijn laars, zoals in ‘Sommigen haten op de punkers’ (‘Enkle hader på punkerne’), waarbij dit ‘på’ een overbodige (wellicht ritmisch of anderszins gemotiveerde) toevoeging is, en maakt hij frequent gebruik van slangwoorden, zoals: ‘sjollere’ (groentjes, nieuwelingen of ‘rookies’) en ‘pinde’ (jointjes). Omdat bij dit soort rapteksten rijm, intonatie en ritme erg belangrijk zijn voor het goed laten ‘lopen’ van de tekst, moet zowel de dichter als de vertaler met creatieve oplossingen komen en soms wat vrijer omgaan met de syntaxis. Dat maakt het er voor de vertaler gewoonlijk niet eenvoudiger op, maar in dit geval bleek de samenwerking met studenten een voordeel te zijn. Ze waren beter thuis in de Nederlandse alternatieven voor bepaalde Deense undergroundbegrippen dan ik.

Inhoudelijk kenmerkt de moderne hiphoppoëzie zich door de geëngageerde, humoristische en zelfkritische kijk op de ‘gewone’ wereld of de mainstreamcultuur. Zo is ‘Bor her’ een goed voorbeeld van een tekst waarin de combinatie van maatschappijkritiek, improvisatie en performance samenkomen in een alternatieve kijk op de wereld. Deze specifieke, performatieve aspecten hebben overigens ook de strategie bij het vertalen van deze tekst in hoge mate medebepaald. We hebben gekozen voor een tweesporenbeleid: enerzijds moest de Nederlandse vertaling feitelijk zo dicht mogelijk het Deense origineel benaderen, maar de tekst moest ook het karakter van een raptekst blijven behouden. In een aantal gevallen kon bijvoorbeeld het rijm overeind blijven in de vertaling, maar soms bleek dat niet mogelijk of hebben we gekozen voor binnenrijm in plaats van eindrijm en andere ‘noodoplossingen’. Of dit uiteindelijk heeft geleid tot een rapbare Nederlandse tekst hebben we (nog) niet uitgeprobeerd, maar het huidige resultaat is een redelijke geslaagde werkvertaling, al zal de zin ‘bij de mensen met een van de laagste/ levensverwachtingen van het land’ ritmisch nooit écht lekker lopen.

 

Stad en platteland

Het hoofdthema van ‘Bor her’ is, zoals gezegd, de zoektocht naar de eigen identiteit waarbij de eigen (woon)buurt een cruciaal element is. Het thema van het ‘eigen’ dorp of de eigen streek neemt in de Deense literatuur al heel lang een prominente plaats in. In het verleden (dat wil zeggen in de twintigste eeuw) ging het meestal om de discrepantie tussen het leven op het platteland en in de grote stad, de agrarische cultuur tegenover de urbane werkelijkheid, waarbij vanzelfsprekend Kopenhagen – als enige échte grote stad van het land – standaard de rol van de grote stad kreeg toebedeeld. Zelfs in de contemporaine Deense literatuur wemelt het van de romans en gedichten over het grote contrast tussen het leven in de stad en op het platteland. Zo keren bijvoorbeeld belangrijke romanschrijvers als Jens Smærup Sørensen (1946), Knut Sørensen (1928) en Vibeke Grønfeldt (1947) steeds weer terug naar dit thema, waarbij vaak het langzame verdwijnen van de Deense boerenstand in de loop van de twintigste eeuw centraal staat. Natuurlijk ligt het gevaar van folklore en nostalgie op de loer, maar bij auteurs als Smærup Sørensen en Grønfeldt is daar geen sprake van.[9] Bij hen gaat het verdwijnen van de traditionele plattelandscultuur gepaard met de onafwendbare opmars van een stedelijke, internationale en postmoderne cultuur, die zowel voor- als nadelen met zich meebrengt. Bij hen treffen we geen krokodillentranen aan over het verdwijnen van het fysiek zware boerenbestaan, noch een lofzang op de verworvenheden van het neoliberalisme, maar vaak een zelfkritische blik op het leven op het platteland in heden en verleden.

Ook Raske Penge is zich ervan bewust dat het denken in tegenstellingen als tussen centrum en periferie, tussen stad en platteland en tussen de postcodes 1000 K (Kopenhagen Centrum) en 2400 NV veel complexer ligt. Tegenwoordig beschik je als individu al gauw over meerdere culturele, etnische, religieuze en talige identiteiten en kan een stad een dorp zijn en omgekeerd. Op die manier is identiteit iets dat steeds opnieuw geconstrueerd en van betekenis voorzien moet worden, en precies dat proces laat dit gedicht mooi zien.

Nordvest is een moderne smeltkroes van culturen, maar deze multicultibuurt wordt vervolgens wel volledig geïsoleerd bekeken, zonder de rest van de stad erbij te betrekken. Het is natuurlijk een manier om de eigen – en steeds veranderende – multiculturele identiteit te benadrukken, zelfs al weet waarschijnlijk niemand precies wat dat dan wil zeggen. Het lijkt er vooral om te gaan om Nordvest als het tegenbeeld van de rest van Kopenhagen te benadrukken en de buurt, de periferie, het centrum van de eigen identiteit te laten zijn.

Juist buurten en stadsdelen die economisch in verval zijn geraakt oefenen een grote aantrekkingskracht uit op kunstenaars en andere ‘creatievelingen’ die het zich niet langer kunnen veroorloven om zich in de dure stedelijke centra te vestigen. Ze trekken weg uit New York naar steden als Detroit en in steden als Amsterdam en Kopenhagen vestigen zich de creatieve bedrijven bij voorkeur buiten het centrum, vaak aan de rafelranden van de stad. In Nederland spreekt men van ‘culturele broedplaatsen’ en in Kopenhagen bestaat er, nu het overbekende Christiania veel van zijn charme verloren heeft, een aantal alternatieve milieus, waaronder Papirøen en het in de tekst van Penge genoemde ‘Snoepfabrieken’(‘Bolsjefababrikkerne’).[10]

Raske Penge biedt een andere kijk op buurten als Nordvest door niet primair het verval maar juist de creatieve krachten en de veerkracht van de wijk te laten zien. Vanuit kritisch, cultuur-analytisch perspectief is het interessant om te zien hoe groot ook het economische belang van dergelijke alternatieve milieus en broedplaatsen voor de aantrekkingskracht van moderne steden is geworden. Naast de kwaliteit van het wonen in een stad met voldoende culturele hotspots is de aanwezigheid van voldoende alternatieve buzz ook van groot belang voor het vestigingsklimaat van internationaal opererende bedrijven. Vooral voor bedrijven in de zgn. ‘creatieve industrie’ zijn alternatieve circuits en subculturele initiatieven gaandeweg een steeds belangrijker rol spelen, ook in economisch opzicht.

Zo bezien wordt de avant-garde uiteindelijk toch weer gewoon mainstream, waar de volgende generatie zich dan weer tegen af kan zetten. Het grote – écht snelle – geld kapselt de vernieuwing uiteindelijk in en knuffelt de échte creativiteit op die manier dood.

Hoe sterk de verwevenheid van de ‘officiële’ en de ‘alternatieve’ cultuur is geworden, blijkt ook uit het feit dat Raske Penge inmiddels ook als een soort ambassadeur van Nordvest figureert op de officiële website van het stadsdeel.[11] Door hem en zijn teksten op die manier een zekere officiële status te verlenen dreigt de alternatieve culturele status van Raske Penge te devalueren, omdat zijn authenticiteit en geloofwaardigheid als undergroundkunstenaar in twijfel getrokken kunnen worden. Want, zoals in een recente studie naar rap en hiphop wordt opgemerkt, het is voor de geloofwaardigheid van de artiest/performer van groot belang dat hij/zij direct teruggrijpt op eigen ervaringen en belevenissen en ze ook als zodanig presenteert.[12] Je zou dit een ‘authenticiteitsgarantie’ kunnen noemen van de kunstenaar in de richting van het publiek. Daarom geeft Raske Penge niet alleen aan waar hij nu woont – in het YouTube-filmpje zien we hem zijn huis in en uit gaan, inclusief huisdier – maar hij maakt ook duidelijk dat hij weet wat het is om als ‘immigrant’ tussen andere immigranten te leven. Hij komt weliswaar niet uit Afghanistan, Syrië of Eritrea, maar toch ook – met de nodige zelfspot – van héél ver weg, namelijk helemaal uit het verre ‘Jutlands land’.[13]

Raske Penge alias Rasmus Poulsen komt oorspronkelijk inderdaad uit een dorpje in Noord-Jutland en net als de meeste andere bewoners van Nordvest – van waar ter wereld ze ook oorspronkelijk zijn gekomen – is ook hij uiteindelijk een heel gewone ‘dorpeling’ in de ‘global village’ Nordvest, waar iedereen zich ‘thuis’ kan voelen.

__________________________

Henk van der Liet is hoogleraar Scandinavische taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Auteur van talrijke artikelen op het gebied van de 19de en 20ste eeuwse Scandinavische letterkunde – in het bijzonder de Deense. Hij is tevens bestuursvoorzitter van de Deense schrijversacademie (Forfatterskolen) en academisch directeur van de landelijke Onderzoekschool Literatuurwetenschap (OSL). Momenteel werkt hij aan een studie over het oeuvre van de Deense schrijver-kunstenaar Holger Drachmann.

 

[1]    Yahya Hassan verscheen in 2014 in een vertaling van Lammie Post-Oostenbrink bij De Bezige Bij, Amsterdam.

[2]    De tekst van het Deense volkslied is geschreven door de grote nationaal-romantische dichter Adam Oehlenschläger. De uitdrukking komt voor aan het einde van het derde couplet: ‘Og Mænd og raske Svende/ Beboe de Danske Øer’, vrij vertaald als: ‘En mannen en gezonde knapen/ die de Deense eilanden bewonen’.

[3]    Een mooi voorbeeld van de blijvende belangstelling voor de klassiek vormgegeven boekpublicatie is het prachtige coffee table book Postkort fra Langestrand (2014) van de Deense rap- en hip-hopband Malk de Koijn.

[4]    Liselotte Hildernisse, Hanne Uekermann en Eefje Schut.

[5]    Zie: www.youtube.com/watch?v=xJY9yn_hZcU

[6]     Voor de liefhebbers is de originele tekst te vinden op: http://raskepenge.dk/tekster

[7]    Yuri M. Lotman, Universe of the Mind. A Semiotic Theory of Culture. Indiana University Press, Bloomington 1990, p. 131.

[8]    Zie: http://www.moviatrafik.dk/dinrejse/koreplaner/ dan kiezen voor lijn 5A.

[9]    Daarbij kan worden gedacht aan de roman Mærkedage (2007) van Jens Smærup Sørensen en vrijwel het gehele oeuvre van Vibeke Grønfeldt, met als voorlopig hoogtepunt haar roman Livliner (2011).

[10] Zie voor een platform over de creatieve sector in Kopenhagen: http://kuviba.dk/det-kreative-koebenhavn/ En voor specifieke informatie over Papirøen: http://www.dac.dk/da/dac-life/copenhagen-x-galleri/cases/papiroeen/

[11] Zie: http://2400nv.com/%/bor-her-tjek-den-nye-nordvesthyldest-ud/.

[12] Zie: J.S. Knudsen, ‘Playing with words as if it was a rap game’: Hip-hop street language in Oslo. In B.A. Svendsen & P. Quist (eds.), Multilingual Urban Scandinavia. New linguistic Practices. Multilingual Matters, Bristol 2010, p. 159.

[13] Het gaat wellicht wat te ver om hier nog een verwijzing naar het Deense volkslied in te zien, maar Jutland is een schiereiland en geen écht eiland, terwijl er in de tekst van het volkslied expliciet wordt gesproken van ‘Og Mænd og raske Svende/ Beboe de Danske Øer’, dat ik vrij vertaald heb als: ‘En mannen en gezonde knapen/ die de Deense eilanden bewonen’. De Raske Svende zijn volgens de romantische visie van het volkslied de échte mannen, omdat zij de eilanden bewonen, terwijl de rapper Raske Penge die van oorsprong uit ‘dat Jutlands land’ komt, daarmee impliciet als immigrant wordt neergezet. Zoals gezegd, wellicht wat ver gezocht, wie weet.

__________________________

Yahya Hassan

Yahya Hassan, Yahya Hassan
Vertaald uit het Deens door Lammie Post-Oostenbrink
De Bezige Bij, Amsterdam, 2014
ISBN 9789023485957
176 pagina’s

portret Raske Penge: David Leth Williams 2014

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s