Hoe een tot mislukken gedoemde expeditie blijft fascineren. Bea Uusma in de voetsporen van Salomon August Andrée

Download het essay van Suze van der Poll over Bea Uusma hier.

Een jaar later dan gepland, vanwege de aanhoudende noordenwind in de zomer van 1896, was 11 juli 1897 eindelijk het moment daar: de wind was gedraaid, voor Salomon August Andrée, als ingenieur verbonden aan het Zweedse patentbureau, het teken dat hij eindelijk zijn grote droom zou verwezenlijken. Die droom was wit en koud en in Andrées fantasie ook zonovergoten. Hij wilde slagen daar waar voorgangers als de Noren Nansen en Johansen op 82 graden noorderbreedte gestrand waren en daarmee direct een bewijs leveren van de Zweedse superioriteit. Andrées droom valt dan ook niet los te zien van de patriottische context waarbinnen de Zweed zijn plan ontwikkelde: er was in die nadagen van de negentiende eeuw een ware wedloop gaande, de poolstreek was nog grotendeels een grote witte vlek op de kaart en de wens die in te kleuren bestond bij veel naties.

Het plan was even eenvoudig als dom (zelfs met de kennis uit 1897) en bestond eruit met een luchtballon vanaf het noordelijke deel van Svalbard in een dag of zes over de Noordpool te zeilen. Op het punt waar vandaag morgen en gisteren tegelijk is, zouden Andrée en zijn medeontdekkingsreizigers Knut Frænkel en Nils Strindberg een baken neerlaten, om daarna verder te zweven naar hetzij Siberië, hetzij Groenland, hetzij Canada, waar een grootse ontvangst wachtte. Champagne had de bemanning zelf in grote hoeveelheden meegebracht. Dat op dat moment nog geen luchtballon langer dan een etmaal in de lucht gebleven was, leek geen belemmering, mogelijke ijsvorming op de ballon evenmin.

Andrée en zijn expeditiegenoten wisten ‘De Adelaar’ bijna drie dagen boven het aardoppervlak te houden, maar moesten uiteindelijk hun zweefpartij opgeven. Drie maanden sleepten ze proviand, meetinstrumenten en een vracht nutteloze objecten achter zich aan op ondeugdelijke sledes. Hun tocht voerde over pakijs, dat niet zo vlak was als dat van bovenaf geleken had, en dat meebewoog op de stroming van het water. Hierdoor werd de afstand die ze te voet aflegden ruimschoots te niet gedaan door de kracht van de natuur.

Landing op het pakijs
Foto: Geland op het pakijs, 14 juli 1897; naar een teruggevonden negatief van Nils Strindberg

Op 5 oktober kregen ze vaste grond onder de voet. Twee dagen later zou Nils Strindberg zijn laatste dagboekaantekening maken, en de achtste oktober krabbelde expeditieleider Andrée zijn laatste woorden neer. Daarna blijft het stil, drieëndertig jaar lang. Tot in de extreem milde zomer van 1930 bij toeval de resten van een kampement en de lichamen werden aangetroffen van Salomon August Andree en Nils Strindberg; Knut Frænkel werd een paar weken later, toen nog meer ijs gesmolten was, door toegesnelde nieuwsgierigen ontdekt. De lichamen werden overgebracht naar de universiteit van Tromsø voor obductie. Kort daarop werden de menselijke resten verscheept naar de Zweedse hoofdstad – waarbij onderweg vrijwel alle Noorse havens werden aangedaan –, waar ze in oktober zouden arriveren. Daar bewees, verscholen onder paraplu’s, een mensenmassa de laatste eer aan de helden uit een vroeger tijd.

De ontdekking van het kampement, waar naast de lichamen van de expeditieleden ook dagboeken, brieven en zelfs fotonegatieven werden aangetroffen, leidt al gauw tot een vloed aan publicaties en een storm van speculaties over de toedracht van het mislukte avontuur. In de loop der jaren raakte ook menig scheppend kunstenaar geïnspireerd door Andrées waaghalzerij. In 1967 publiceerde Per Olof Sundman Ingenjör Andrées luftfärd (De ballonvaart van ingenieur Andrée, in 1970 vertaald als De barre pooltocht). De roman werd bekroond met de grootste literaire prijs in Scandinavië, de prijs van de Noordse raad, en zou vijftien jaar later verfilmd worden door Jan Troell (met een bijrol van Cornelis Vreeswijk, maar dat terzijde), en een Oscar winnen. Dezelfde expeditie inspireerde de in Nederland woonachtige Zweedse componist Klas Torstensson in 1998 tot het schrijven van de opera Expeditionen (De expeditie).

Maar ook buiten Zweden wekte het verhaal de aandacht. In 2012 verscheen in New York een boek met de titel The Ice Balloon. One Man’s Dramatic Attempt to Discover the North Pole by Balloon (Nederlandse vertaling door Ruud van de Plassche, De ijsballon. Een dramatische ontdekkingsreis naar de Noordpool, 2012), inderdaad over de enige man die ooit met een ballon de Noordpool hoopte te bereiken. Auteur Alec Wilkinson begon zijn zoektocht naar Andrées expeditie nadat hij in een boek over beroemde, vaak catastrofaal verlopen, ballonvaarten uit de geschiedenis een onwerkelijke foto zag van twee mannen naast een gekantelde ballon in een sneeuwwit landschap: ‘in scène gezet’, was de eerste gedachte die Wilkinson bekroop. Een ballon in het poolgebied was voor hem iets als een vliegtuig op de maan. Het bijschrift bij de foto, ‘Andrées ballon op het ijs’, maakte hem niet veel wijzer, want die naam deed geen belletje rinkelen. De foto leidde tot een zoektocht waarbij Wilkinson Andrées verhaal napluist en optekent.

Wilkinsons verhaal doet denken aan dat van Bea Uusma. Op een saai feestje trok de Zweedse illustratrice en arts een boek over Andrée uit de kast en begon te lezen. Uusma’s fascinatie maakte al snel plaats voor een obsessieve drang het mysterie rond de verdwijning te doorgronden. Het resultaat van haar zoektocht, die haar tot bij de Noordpool bracht, werd in 2013 uitgebracht onder de titel Expeditionen. Min kärlekshistoria (De expeditie. Mijn liefdesverhaal).[1]

Het boek van Bea Uusma ontbeert een genreaanduiding, en hoewel de rijk geïllustreerde en prachtig vormgegeven uitgave in de boekhandel niet in de kast Zweedse literatuur maar als geschiedenis gerubriceerd wordt, weerspiegelt Expeditionen. Min kärlekshistoria op verschillende manieren een tendens in de hedendaagse Zweedse, en in bredere zin hedendaagse Scandinavische literatuur. De wens het alledaagse leven te beschrijven waarbij de verteller allerhande rollen inneemt en een fascinatie koestert voor het sublieme, wat dat ook moge zijn, doet denken aan Karl Ove Knausgårds zesdelige autobiografische autofictionele romancyclus Min Kamp (2009-2011).[2] De keuze het eigen leven te spiegelen aan een figuur of situatie uit het verleden is eveneens een herkenbaar fenomeen uit de contemporaine (Scandinavische) literatuur. Zo verschijnt dit najaar Lars Myttings Svøm med den som drukner (2014, Zwem met de verdronkene) in de vertaling van Paula Stevens, en maakte de Nederlandse lezer al eerder kennis met het veelgeprezen werk van de Noorse romanschrijver Per Petterson.

Wat Uusma’s boek onderscheidt is dat ze naast gebruik te maken van die populaire technieken, aansluit bij de (hernieuwde) belangstelling voor het Arctisch gebied, waar dankzij of misschien eerder als gevolg van vermoede oliereserves en een zachter klimaat landen als Zweden, Noorwegen, Denemarken en Rusland actiever worden. En daarbij wordt niet alleen aandacht besteed aan de politiek-economische, wetenschappelijke en militaire agenda, maar nadrukkelijk ook aan de culturele. Dat Uusma voor een deel van haar project, waarin zoals eerder vermeld een directe lijn tussen heden en verleden wordt gelegd, een subsidie werd toegekend door het Zweedse poolinstituut is tekenend voor het belang dat gehecht wordt aan de historische claims op het gebied.

Bea Uusma’s Expeditionen is de weerspiegeling van een jarenlange fascinatie voor de expeditie van Andrée en de wens het mysterie waarmee de afloop van die reis omgeven is te doorgronden. Ze maakt gebruik van wetenschappelijke bronnen, krantenartikelen, dagboeken en brieven van de expeditieleden, onderzoekt en weegt verschillende scenario’s en speelt daarbij regelmatig met het misdaadgenre – een van de succesvolste literaire exportproducten uit Zweden. Is het gat in de schedel van Strindberg veroorzaakt door de nagels van een ijsberenklauw of door een kogel uit het geweer van Andrée?

De presentatie van het bronnenmateriaal is deels objectief – hier lijkt de arts en academica Uusma aan zet –, ze observeert en analyseert, geeft de beschikbare feiten weer middels schema’s en lijstjes, en weerlegt waar nodig eerdere interpretaties. Maar tegelijkertijd doet Uusma een poging haar karakters te doorgronden en daarin gaat ze vrij ver, ze probeert zich niet alleen in de expeditieleden te verplaatsen. Het is in zekere zin tekenend dat het jongste expeditielid, Nils Strindberg, zo’n belangrijke rol krijgt toegedicht. Zijn dagboek, maar vooral ook de brieven aan zijn verloofde, de latere concertpianiste Anna Charlier, vormen een extra narratieve lijn. Dit alles, gecombineerd met het feit dat de weergave van de expeditie van Andrée wordt afgewisseld met een persoonlijk relaas waarin de auteur kond doet van haar eigen zoektocht en motivatie, maakt dat de titel voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Hierbij tekenen zich meerdere parallellen af: de moeizame start, het zo mogelijk nog moeizamere verloop, waarbij de moderne mens, of die nu in 1897 leeft of begin eenentwintigste eeuw, ondanks alle technische hulpmiddelen in het Arctisch gebied toch in hoge mate een speelbal blijkt van de nukken van de natuur. De natuur die overigens vooral bewonderd en in al haar schoonheid beschreven wordt.

Expeditionen. Min kärlekshistoria is een realistische beschrijving: ‘alles in het boek is waargebeurd – behalve datgene wat op pagina 276-277 wordt vermeld,’ schrijft Uusma. Tegelijkertijd is haar werk ook romantisch, de wil het onbereikbare te bereiken, de schoonheid van de wilde, goeddeels onbekende natuur en tot slot de liefde van de jonge Strindberg – hij viert in de ijzige kou zijn vijfentwintigste verjaardag – voor zijn verloofde. Zijn brieven aan haar en de aandacht die Uusma schenkt aan het verlies dat het leven van Anna Charlier tekende, vormen een opvallend groot aandeel van deze roman die de lezer doet rillen, zoals Knut Hamsuns Sult (1890, Honger), de lezer nog altijd hongerig maakt.

Over de populariteit van de ‘kleine talen’ in ons land: op Uusma’s Expeditionen na, verschenen alle in dit essay genoemde romans in een Nederlandse vertaling.

[1] Bea Uusma’s Expeditionen. Min kärlekshistoria, verscheen in een Engelse vertaling bij Head of Zeus onder de titel The Expedition: A Love Story (met op het omslag dezelfde foto als op Alec Wilkinsons The Ice Balloon. One Man’s Dramatic Attempt to Discover the North Pole by Balloon).

[2] In een Nederlandse vertaling van Marianne Molenaar resp. Paula Stevens verschenen als Mijn strijd bij De Geus, Breda 2011-2014.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s