Beriggie #1: Soos familie

Armada-redacteur Tycho Maas verblijft voor promotieonderzoek aan de Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika. Twee- à driewekelijks schrijft hij over ervaringen, achtergronden en actualiteiten rond taal, literatuur en cultuur in het land met elf officiële talen. Beriggie uit Zuid-Afrika #1: Soos familie.

Soos familie

Sinds Jan van Riebeeck in 1652 de Kaapkolonie stichtte, is het een vertrouwd gegeven in Zuid-Afrika: die huiswerker. Of, wat minder neutraal uitgedrukt, die huisbediende. Op het platteland of in de stad; haast ieder gezin heeft een domestic worker. Het gaat hier typisch om zwarte vrouwen die werken in blanke gezinnen.

Op 11 mei jongstleden presenteerde Ena Jansen haar boek Soos familie. Stedelike huiswerkers in Suid-Afrikaanse tekste. De presentatie had plaats in The Book Lounge, een ontspannen boekwinkel in Kaapstad, onder het genot van een glas Zuid-Afrikaanse wijn. Naast haar zitten voor het gesprek dichteres Antjie Krog en schrijfster Sindiwe Magona.

1.2 Ena_Soos familie_Tycho Maas

Ena Jansen is hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, docent Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit en verbonden aan de Universiteit van de Witwatersrand (Johannesburg). Voor Armada nr. 34, Zuid-Afrika. Identiteit in tekst en taal, trad zij op als gastredacteur. Ze is opgegroeid in Zuid-Afrika en heeft een nauwe band met haar eigen huiswerker: ze voelt al tientallen jaren inderdaad soos familie.

In haar boek beschrijft Jansen de rol van de huiswerker aan de hand van een keur aan (met name literaire) teksten uit Zuid-Afrika. Zij wilde eigenlijk ‘een soort biografie schrijven over zoveel huiswerkers als ik zou tegenkomen’.*

Jansen richt zich in haar boek op de stedelijke huiswerker. Die is, concludeert ze, een contactfiguur. Vaak is er een taalbarrière tussen het blanke gezin en de huiswerker, die van buiten de stad komt. Grenzen en migratie komen samen in haar figuur. Er is dus niet één antwoord op de vraag welke rol zij in een gezinssituatie heeft. De kwestie die voor Jansen centraal stond bij het schrijven van haar boek is dan ook ‘hoe jy die afstand en verbintenis uitbeeld van ’n verhouding wat eintlik baie bekend is’.

Die complexiteit van deze verhouding zit vervat in de titel Soos familie. Een huiswerker blijft vaak jaren bij een gezin en groeit mee. ‘Sy voel soos ’n ma vir die kinders,’ legt Jansen uit, ‘maar sy het nie dieselfde regte nie.’ Een familielid in aanwezigheid, maar ook ‘een ander’. ‘Sy is nader aan mij as ’n suster,’ staat in het korte verhaal ‘Agterplaas’ (uit de bundel Melk, 1980) van Elsa Joubert, ‘maar ek ken haar nie.’ Een psychologe uit het (overigens bijna volledig blanke) gehoor vult aan: ‘The white children of South Africa owe a huge debt to the black women who raised them. And this is the sad paradox: we have always relied on “the other” to an extent that we can’t do without an “other” to keep this country up today.’ Ieder gesprek over een maatschappelijk onderwerp wordt in Zuid-Afrika al snel politiek. Klas en ras zijn inderdaad onlosmakelijk verbonden, zoals Jansen verzucht. De Zuid-Afrikaanse historicus Hermann Giliomee stelde ooit dat zonder de bemiddelende rol van huiswerkers de overgang naar post-Apartheid een stuk moeilijker zou zijn geweest.

Antjie Krog leest een fragment van het gedicht ‘bediendepraatjies’ uit haar nieuwe bundel Mede-wete waaruit blijkt hoe slecht een huiswerker betaald werd (en wordt) en hoe veel mensen van dat beetje geld moeten leven. De afwisseling van Afrikaans en Xhosa in de dialoog tussen de blanke vrouw en haar zwarte huiswerker maakt de afstand en complexiteit van hun verhouding nog eens duidelijk. Xhosa mag de op één na meeste moedertaalsprekers van alle elf officiële talen in Zuid-Afrika hebben, de blanke Zuid-Afrikanen zijn hem zelden machtig.

Sindiwe Magona valt in: ‘Law and tradition colluded to keep black women as minor characters in South African history, until 1994 [het formele einde van Apartheid].’ Magona heeft Xhosa als moedertaal en groeide op in een township buiten Kaapstad. Haar bundel met korte verhalen Living, loving and lying awake at night (1994) beschrijft, dikwijls uit eigen ervaring, het leven van zwarte Afrikaanse vrouwen tijdens Apartheid en prijkt op de lijst met Afrika’s honderd beste boeken.

Magona volgde een opleiding tot onderwijzeres maar moest als niet-blanke onder dwang van het Apartheidsregime haar opleiding stoppen toen ze zwanger raakte. Haar man verliet haar, en ze was een tijd lang huiswerker om de eindjes aan elkaar te knopen. ‘White women felt comfortable enslaving black women, but no one should ever look down on anyone for doing an honest day’s work. Really there is no “other”. Humans are humans.’ Magona behaalde uiteindelijk een universiteitsgraad in sociaal werk en kreeg een baan bij de Verenigde Naties in New York. Na haar pensionering kwam ze echter terug naar Zuid-Afrika. Haar autobiografie To my Children’s Children (2006) durft uit een moeilijk verleden hoop te putten voor de toekomst. Hier spreekt een dame van drieënzeventig die de wereld op haar breedst en op haar smalst heeft gezien.

De avond sluit af op een weer wat lichtere toon: ‘Is daar nie ook happy stories in die literatuur oor hierdie soort verhoudings nie, of gaan literatuur altyd oor stereotiepe?’ Jansen kan met een glimlach bevestigend antwoorden; in haar boek is een apart gedeelte gewijd aan gelukkige verhalen. Maar, besluit ze, juist dit draagt ook weer bij aan de complexiteit van de figuur van huiswerker in Zuid-Afrika.

Wat de enorme verscheidenheid aan schrijvers, huiswerkers en romanpersonages in Soos familie, hoe tragisch of succesvol hun verhaal ook, delen, is de universele aantrekkingskracht die zij op lezers hebben – want iedereen heeft familie. Soos familie biedt een nieuw, geschakeerd perspectief op de Zuid-Afrikaanse letterkunde én op het land zelf. Ena Jansen schetst met verve een veelkleurige spiegel van huiswerker-familierelaties in Zuid-Afrika, en bedt die relaties in in het complexe verleden en heden van de enorme verscheidenheid aan zwarte, gekleurde en witte bevolkingsgroepen in het land. Haar boek verschaft de kenner een frisse kijk op gevestigde namen in de Zuid-Afrikaanse literatuur en geeft onbekende of nieuwe titels een stem. De algemeen geïnteresseerde lezer vindt er een toegankelijke inleiding tot land en letterkunde in. Klassiekers zoals Elsa Jouberts Die swerfjare van Poppie Nongena (1978) ontbreken bijvoorbeeld niet. Poppie is het persoonlijke verhaal van de huiswerker van Joubert en heeft veel blanke mensen tijdens Apartheid bewust gemaakt van het lijden van de zwarte medemens.

Wanneer ik in het donker naar mijn auto terugloop komt een zwarte, wat oudere vrouw naar me toe gelopen die om geld vraagt om haar cv te kopiëren. De familie voor wie ze werkte is verhuisd en ze zoekt al een tijd naar een nieuwe baan. Ik geef haar wat ze vraagt. Perplex blijft ze me aankijken terwijl ze achteruit terugloopt naar de kopieerwinkel: ‘It’s been a long time since anybody gave me anything, baas.’ De actualiteit van Jansens boek wordt nog op de stoep van de boekhandel onderstreept.

Ena Jansen, Soos familie. Stedelijke huiswerkers in Suid-Afrikaanse tekste. Protea Boekhuis, Pretoria 2015. Het boek bevat tevens een prachtig kleurkatern dat toont hoe ook beeldend kunstenaars zoeken naar de rol van de huiswerker en haar verhouding met de blanke werkgever.

1.1 Ena_Soos familie

* Citaten afkomstig uit eigen aantekeningen en uit The Times Books Live op Twitter. (#Bookslive en www.bookslive.co.za).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s