Arjen Duinker, ‘Ik dacht dat ik je zag – voor Frans Bauer’

 

 

Tel twee vier zes

Tel twee vier zes acht tien

Is je vrouw een zeemeermin

Mijn vrouw is een zeemeermin

Een schitterende staart

Ik geef desgevraagd kwartier

Ja ik kom in je armen

Lees verder Arjen Duinker, ‘Ik dacht dat ik je zag – voor Frans Bauer’

Advertenties

En ze leefden nog lang en ongelukkig

Over Schittering van Margaret Mazzantini

Er was eens een Italiaanse jongen, Costantino. Hij woonde in Rome en was de zoon van een conciërge. Er was eens een andere Italiaanse jongen, Guido. Hij woonde in hetzelfde gebouw en was de zoon van een arts. Ze hielden van elkaar en leefden lang en ongelukkig.

Ziedaar het verhaal van Margaret Mazzantini’s Splendore (2013). De Nederlandse vertaling Schittering (2016, Wereldbibliotheek) is verzorgd door Miriam Bunnik en Mara Schepers. De roman stond op de shortlist van de Europese Literatuurprijs en werd bij verschijnen getipt door het boekenpanel van De Wereld Draait Door. Lees verder En ze leefden nog lang en ongelukkig

In het land der wonderen

Over Winterse buien van Sana Valiulina

Van veel plaatsen op aarde hebben we een beeld zonder dat we er ooit zijn geweest. Dat beeld ontstaat via boeken, films, foto’s, verhalen van anderen of door ongegronde vooroordelen. Sana Valiulina (1964, Tallinn, Estland) herinnert zich nog precies wanneer haar beeld van Nederland, haar toekomstige vaderland, vorm kreeg. In het openingsessay van Winterse buien, of Ben ik wel geïntegreerd genoeg? (2016, Prometheus) schrijft ze:

Mijn eerste kennismaking met Nederland verliep via het geschreven woord. Ik was een jaar of tien, en op een dag dat ik me verveelde pakte ik een boek uit de grote boekenkast van mijn vader. Het land der wonderen heette het, het boek dat het wonderland genaamd Gollandija tevoorschijn toverde.

Of ze toen al dacht aan een mogelijk leven in dat land, weet ze niet meer,

Maar het was een stil begin van een lange romance tussen mij en het land waarvan de naam in het Russisch – Gol-lan-di-ja – een vrouwelijke uitgang heeft, en met die dubbele ‘l’ in het midden, op de wielen van de naburige ‘o’ en de ‘a’, eindeloos in je mond rolt, zoals de ronde kazen op de Goudse markt.

Lees verder In het land der wonderen

Terug van nooit weg geweest: Hector Malots ‘Sans famille’

De jeugdavonturenroman Sans famille van de Franse auteur Hector Malot (1830-1907) was vanaf het moment van verschijnen in Frankrijk in 1878 een bestseller. Gedurende de twintigste eeuw is het verhaal wereldwijd vertaald en bewerkt, en in verschillende media geadapteerd (film, tv, tekenfilm, musical, opera, strip). In dit essay gaat Els Jongeneel in op de vraag waarom dit verhaal al generatieslang zowel jeugdige lezers als volwassenen, zowel voorlezers als luisteraars, afkomstig uit uiteenlopende culturen, in de ban houdt.  Lees verder Terug van nooit weg geweest: Hector Malots ‘Sans famille’

Nieuw Dossier: Rusland Grensland

De komende maanden richt Armada zich op literatuur die gelieerd is aan de val van de Sovjet-Unie 26 jaar geleden. Met Rusland als grensland in gedachten presenteren we essays, recensies, blogs, en vertalingen van proza en poëzie over de literatuur uit het grote aantal landen waarin de Sovjet-Unie uiteen is gevallen. Van Oekraïens patriottisme, bloggers in de Kaukasus tot sovjetnostalgie, en nog veel meer.

Het paradijs voorbij

In Misschien Esther [1] gaat Katja Petrowskaja op zoek naar de geschiedenis van haar – grotendeels vergeten – Oost-Europese Joodse familie. Alleen al daarom is het een belangwekkend boek. De in het Duits schrijvende, maar in 1970 in Kiev in Oekraïne (toen nog Sovjet-Unie) geboren Katja Petrowskaja heeft herhaaldelijk beklemtoond dat er nauwelijks iets fictief is aan dit boek en dat het in die zin dus geen roman is.  Maar het wordt vooral interessant door de vorm waarin het is geschreven. In een interview in het Duitse weekblad Die Zeit zegt ze zelf: ‘Ich schreibe keine Literatur!’ [2] Ik spreek die uitspraak van Katja Petrowskaja tegen en stel dat Misschien Esther wel degelijk literatuur is – literatuur in de zin van een literair kunstwerk. Dat wil zeggen dat de vorm en de structuur van de tekst zelf betekenissen genereren: door motieven, herhalingen, symbolen en door een net van interne verwijzingen worden betekenislagen gecreëerd die veel verder gaan dan een simpele beschrijving van gebeurtenissen. Dit is precies wat Misschien Esther haar diepte geeft en wat ik in dit artikel wil onderbouwen. Lees verder Het paradijs voorbij