‘Ik like Oekraïne’

De hedendaagse Oekraïense literatuur in vogelvlucht
Door Tobias Wals

– Oké, kijk, het gaat hierom… De uitgeverij is bezig met een speciaal project, je snapt zelf wel voor welke dag – een boek met als thema: ‘Waarom ik van Oekraïne houd’. Het moet een bundel worden waar onze bekendste schrijvers aan meewerken, jij bent toch ook bekend? Schrijf dus op waarom je van Oekraïne houdt. Wat je maar wil – een verhaal, een schets, etc… Zolang er maar relevante motieven aan bod komen. Heb je daar tijd voor?

– En wat als ik niet van Oekraïne houd? vroeg ik.

– Nou ja… schaterde Ihor, dan schrijf je dat je er niet van houdt.

Uit Oleksi Volkovs verhaal ‘Señor Robinson’.

Op 24 augustus 2016 vierde Oekraïne vijfentwintig jaar onafhankelijkheid. De Kievse uitgeverij Nora-Droek publiceerde ter gelegenheid van het jubileum de verhalenbundel ‘Ik like Oekraïne’ (Я like Україну). Geen slecht idee – sinds Euromajdan in 2014 een einde maakte aan het regime van de pro-Russische president Janoekovytsj viert het patriottisme hoogtij in Oekraïne. Het zijn gouden tijden voor producenten van blauw-gele vlaggen en vysjyvanka’s, traditionele hemden met borduursels. Ook uitgevers proberen munt te slaan uit deze vaderlandsliefde. Lees verder ‘Ik like Oekraïne’

Advertenties

Terug van nooit weg geweest: Hector Malots ‘Sans famille’

De jeugdavonturenroman Sans famille van de Franse auteur Hector Malot (1830-1907) was vanaf het moment van verschijnen in Frankrijk in 1878 een bestseller. Gedurende de twintigste eeuw is het verhaal wereldwijd vertaald en bewerkt, en in verschillende media geadapteerd (film, tv, tekenfilm, musical, opera, strip). In dit essay gaat Els Jongeneel in op de vraag waarom dit verhaal al generatieslang zowel jeugdige lezers als volwassenen, zowel voorlezers als luisteraars, afkomstig uit uiteenlopende culturen, in de ban houdt.  Lees verder Terug van nooit weg geweest: Hector Malots ‘Sans famille’

Het paradijs voorbij

In Misschien Esther [1] gaat Katja Petrowskaja op zoek naar de geschiedenis van haar – grotendeels vergeten – Oost-Europese Joodse familie. Alleen al daarom is het een belangwekkend boek. De in het Duits schrijvende, maar in 1970 in Kiev in Oekraïne (toen nog Sovjet-Unie) geboren Katja Petrowskaja heeft herhaaldelijk beklemtoond dat er nauwelijks iets fictief is aan dit boek en dat het in die zin dus geen roman is.  Maar het wordt vooral interessant door de vorm waarin het is geschreven. In een interview in het Duitse weekblad Die Zeit zegt ze zelf: ‘Ich schreibe keine Literatur!’ [2] Ik spreek die uitspraak van Katja Petrowskaja tegen en stel dat Misschien Esther wel degelijk literatuur is – literatuur in de zin van een literair kunstwerk. Dat wil zeggen dat de vorm en de structuur van de tekst zelf betekenissen genereren: door motieven, herhalingen, symbolen en door een net van interne verwijzingen worden betekenislagen gecreëerd die veel verder gaan dan een simpele beschrijving van gebeurtenissen. Dit is precies wat Misschien Esther haar diepte geeft en wat ik in dit artikel wil onderbouwen. Lees verder Het paradijs voorbij

Beriggie #11: Niet zo zwart-wit

Begin mei was een Nederlandse kinderboekenschrijver op bezoek in Kaapstad, onder meer om inspiratie op te doen voor een deeltje over slavernij in een geschiedenisreeks over Hollanders overzee. Tijdens een schoolbezoek in een achterstandswijk die tijdens Apartheid voor de zwarte bevolking gereserveerd was, stelde hij leerlingen de vraag waarom Jan van Riebeeck in 1652 voor de VOC de nederzetting aan de Kaap stichtte. Lees verder Beriggie #11: Niet zo zwart-wit

Ontberingen op de bank

Tot de bekendmaking van de shortlist (5 titels) op 28 juni 2017 bespreekt Rebecca van Raamsdonk voor Armada een aantal van de 20 genomineerde boeken op de longlist van de Europese Literatuurprijs (www.europeseliteratuurprijs.nl). Deze keer Inham van Cynan Jones en Witte Honger van Aki Ollikainen.

Twee boeken op de longlist van de Europese Literatuurprijs beschrijven een strijd met de natuur die wij in Nederland nauwelijks kennen. Een man in een kajak, getroffen door de bliksem, dobbert stuurloos op zee en probeert de weg terug naar de kust te vinden. Een moeder in winters Finland, getroffen door hongersnood, probeert met haar twee kinderen Sint-Petersburg te bereiken.

Het verhaal van de naamloze man in de kajak wordt in nog geen honderd pagina’s verteld door de Welshman Cynan Jones (1975). De vertaling is van Jona Hoek, die ook Jones’ eerdere roman De burcht (2015) vertaalde. Witte honger van de Fin Aki Ollikainen (1973) gaat over de grote Finse hongersnood van 1866-1868. Dit debuut van Ollikainen verscheen in 2012 in Finland, de vertaling – van de hand van Annemarie Raas – is uit 2016. In een droog, warm huis in Amsterdam en met meer dan voldoende eten voorhanden las ik over de ontberingen van hun Lees verder Ontberingen op de bank

W.G. Sebalds literaire exil tussen documentaire, fictie en getuigenis

Download het essay van Anna Seidl over W.G. Sebald

Anna Seidl

W.G. Sebald (1944-2001), de Duitse auteur die op tweeëntwintigjarige leeftijd zijn vaderland verliet en zich in Engeland vestigde, wordt ruim vijftien jaar na zijn overlijden nog steeds beschouwd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Duitse moderne literatuur en, meer in het bijzonder, van de Holocaustliteratuur. Lees verder W.G. Sebalds literaire exil tussen documentaire, fictie en getuigenis

Beriggie #10: Hoe lang houdt Zuid-Afrika nog stand?

Geschiedenis is lastig, al helemaal in een land met tientallen talen en inheemse etnische minderheden, waar mensen nog dagelijks de littekens van onderdrukking ervaren, en waar president Zuma en Mandela’s ANC wankelen onder corruptie maar de macht niet uit handen willen geven. R.W. Johnson schreef tijdens Apartheid al eens over de misstanden in het land: How Long Will South Africa Survive? (1977). Lees verder Beriggie #10: Hoe lang houdt Zuid-Afrika nog stand?